We ontvangen regelmatig vragen over over de plannen voor het vervolg. Vier van de veelgestelde vragen zijn: Waarom curriculumontwikkeling? Wat is het voorstel, op hoofdlijnen? Hoe is het voorstel tot stand gekomen? Hoe zit het met vakkennis? Lees verder voor de antwoorden op deze vier vragen.

Waarom curriculumontwikkeling? 

In een paar punten onder elkaar:

  • Het curriculum is voor het laatst bijgesteld in 2006. De kerndoelen en eindtermen zijn 11 jaar oud en bijvoorbeeld digitale vaardigheden komen maar nauwelijks voor. Dat is ook niet verwonderlijk: 11 jaar geleden had bijvoorbeeld nog niemand een smartphone.
  • Vakoverstijgende vaardigheden, digitale geletterdheid en burgerschap komen nu weinig expliciet in de kerndoelen en eindtermen voor. Terwijl het bedrijfsleven en vele andere partijen benadrukken dat deze vaardigheden juist belangrijker worden op de arbeidsmarkt en de samenleving.
  • Herziening van het curriculum is ook nodig om de huidige overladenheid aan te pakken. De afgelopen jaren is het curriculum niet systematisch herzien, maar zijn er wel steeds elementen toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan de aanscherping op het gebied van burgerschap en het omgaan met seksuele diversiteit. Er is op dit moment geen afgesproken systematiek voor duurzame vernieuwing van het curriculum. Noodzakelijke (vak)vernieuwingen vinden daarom niet, te laat of te geïsoleerd plaats.
  • Leraren en scholen voelen zich steeds meer uitvoerders. De kerndoelen zijn nu erg algemeen, en bieden daardoor weinig houvast. Methoden en toetsen beloven dat ze de kerndoelen dekken, en die worden dan maar trouw gevolgd.
  • Leerlingen en hun ouders willen weten waarom ze moeten leren wat ze aangeboden krijgen en onze leerlingen blijken nu (internationaal gezien) laag gemotiveerd. Meer verbinding tussen de inhoud van vakken kan het onderwijs voor leerlingen naar eigen zeggen meer betekenisvol maken.

Wat is het voorstel, op hoofdlijnen? 

In het voorstel krijgen tenminste 132 leraren en 22 schoolleiders de opdracht om advies uit te brengen over 11 vakgebieden, zoals Nederlands, Engels en burgerschap. De leraren en schoolleiders gaan in teamverband aan de slag. Elk team adviseert wat leerlingen per vakgebied in verschillende periode van hun leerloopbaan moeten kennen en kunnen. Leraren en schoolleiders die deel gaan uitmaken van een ontwikkelteam kunnen dit onder werktijd doen en krijgen hiervoor betaald. Scholen ontvangen hiervoor een financiële compensatie. Staatssecretaris Dekker stelt hiervoor in totaal 4,5 miljoen euro beschikbaar.

Bekijk hier de infographic van het voorgestelde proces.

Hoe is het voorstel tot stand gekomen?  

In de afgelopen periode van inmiddels ruim twee jaar is in verschillende stappen en in verschillende samenstellingen toegewerkt naar het voorstel zoals dat er nu ligt. Vanaf het eerste moment is binnen en buiten het onderwijs gesproken over de invulling daarvan. Het voorstel is hiervan het resultaat. In de infographic nemen we u in vogelvlucht mee door de afgelopen twee jaar.

Blijft vakkennis van belang?

Kennisontwikkeling is een kerntaak van het onderwijs. Ook in het advies Onderwijs2032 en in de gezamenlijke aanpak is dat onverminderd het geval. Kennisontwikkeling vormt een essentieel onderdeel van het voorgestelde kerncurriculum. Taal/Nederlands en rekenen-wiskunde nemen een belangrijke plaats in, maar dat geldt ook voor historische kennis, geografische kennis, kennis over natuur en technologie en kennis van kunst en cultuur.

Met het voorstel voor een kerncurriculum benadrukken we het belang van een gemeenschappelijke kennisbasis voor alle leerlingen: met dit kerncurriculum moet er meer helderheid komen over wat tot de essentiële kennis (en vaardigheden) voor leerlingen behoort. Dat moet leraren meer houvast geven om deze kern van vakkennis in de praktijk te brengen. Uit de verdiepingsfase blijkt dat door veel leraren uit het voortgezet onderwijs, vakkennis belangrijk wordt gevonden. De consensus daarover is groot: ook ouders, leerlingen, lerarenopleiders en het vervolgonderwijs hebben hier uitdrukkelijk op gewezen. Er zijn scholen die de vakkenstructuur (willen) loslaten, of tot combinaties van vakken en meer vakoverstijgende structurering van het onderwijsaanbod komen. Dat is vorm, dat is aan de scholen zelf en daar gaat Onderwijs2032 niet over.