Kennis van de wereld

Iedere leerling moet in staat zijn de wereld om hem heen te begrijpen en mede vorm te geven. Daarom heeft iedere leerling een vaste basis nodig van kennis en vaardigheden. Dankzij die basis kunnen leerlingen op de hoogte blijven van (inter)nationale ontwikkelingen en zijn ze in staat nieuwe kennis tot zich te nemen en toe te passen. Het Platform stelt voor de kennisbasis onder te verdelen in drie domeinen: Taal & Cultuur, Mens & Maatschappij en Natuur & Technologie. Die domeinen gaan over de grenzen van de huidige vakken heen. Dat betekent dat in bijvoorbeeld het domein Taal & Cultuur kennis en manieren van denken uit bijvoorbeeld Nederlands en muziek terugkomen, maar ook concepten en manieren van werken die de vakken gemeen hebben. Werken in domeinen maakt het mogelijk meer aandacht te besteden aan actuele maatschappelijke vraagstukken, zoals duurzaamheid en nieuwe technologieën. Zo wordt het onderwijs voor leerlingen meer betekenisvol.

Taal & Cultuur

Binnen het domein Taal & Cultuur gaat het om de rol van cultuur in de samenleving. Cultuur bepaalt immers voor een belangrijk deel wat we maken en doen en hoe we met elkaar omgaan. Leerlingen krijgen inzicht in hun eigen cultuur en die van anderen. Ook leren ze hoe cultuur kan worden uitgedrukt in taal en kunst. Ze maken kennis met bijvoorbeeld literatuur, muziek, cultureel erfgoed, theater en beeldende kunst. Ook leren ze over verschillende vormen van religie.

Het gaat bijvoorbeeld om het volgende vraagstuk, waarin elementen uit verschillende vakgebieden terugkeren:

Hoe geeft de mens zin aan het bestaan?
Over cultuur en levensbeschouwing, met onderwerpen als: religies, kunstbeschouwing en filosofie.

Eindadvies Platform Onderwijs2032

Kinderen leggen op de basisschool en middelbare school de basis voor hun toekomst.  Welke kennis en vaardigheden hebben leerlingen die nu voor het eerst naar school gaan nodig om in 2032 goed aan hun volwassen en werkende leven te beginnen? Als antwoord op die vraag heeft het Platform Onderwijs2032 een visie geformuleerd op toekomstgericht onderwijs. Dat moet, in de ogen van het Platform, aan de volgende vijf kenmerken voldoen:

  • Leerlingen doen kennis en vaardigheden op door creatief en nieuwsgierig te zijn.
  • Leerlingen vormen hun persoonlijkheid.
  • Leerlingen leren om te gaan met vrijheid en verantwoordelijkheid. Ook leren ze over grenzen heen te kijken.
  • Leerlingen leren de kansen van de digitale wereld te benutten.
  • Leerlingen krijgen betekenisvol onderwijs op maat.

Deze kenmerken vragen om een nieuwe koers in het onderwijs. Het is belangrijk dat leerlingen een vaste basis van kennis en vaardigheden opdoen. Die kunnen ze verdiepen en verbreden op basis van hun eigen mogelijkheden en interesses. Toekomstgericht onderwijs gaat niet alleen om vakinhoudelijke onderwerpen: het stelt ook actuele maatschappelijke vraagstukken en vragen van leerlingen centraal.  Het is belangrijk dat leerlingen leren om te denken en te werken over de grenzen van vakken heen. Ze ervaren meer samenhang tussen verschillende vakken.  Ook werken ze op school aan hun persoonlijke ontwikkeling. 

  • H.J.W.M. Broekhuis

    Ik deel de teleurstelling van de heer Coppen. Als ik kijk naar de beschrijving van het onderdeel Taalvaardigheid Nederlands in het eindrapport (p.29-30), dan blijkt taalonderwijs gelijk gesteld te worden met taalvaardigheidsonderwijs (zie de tekst onder het kopje: “Samenhangend aanbod). Bovendien zie ik weinig of niets nieuws: toen ik begin jaren ’80 mijn MO A-opleiding volgde, was het uitgangspunt al dat de vier deelvaardigheden (spreken, luisteren, schrijven en lezen) in samenhang behandeld moesten worden. En het idee dat de leerling doel- en publieksgericht moet leren communiceren was toen ook bepaald niet nieuw. Projectmatig en vakoverschrijdend werken: het werd allemaal al gepropageerd. Het enige nieuwe dat ik zie is dat de leerlingen met de digitale media moeten leren omgaan? Maar ja, die hadden we begin jaren ’80 nog niet. Het is allemaal niet noodzakelijk slecht, maar het lijkt me oude wijn in nieuwe zakken.

  • Peter-Arno Coppen

    Het is mooi dat er een kennisdomein ‘Taal en cultuur’ is gedefinieerd, maar de beschrijving daarvan valt tegen. Het lijkt alleen te gaan om kennis van cultuur, waarbij taal alleen maar een rol speelt als instrument voor het vormgeven daarvan. Kennis over taal, taalgebruik (communicatie) blijft zo geheel buiten beschouwing. Natuurlijk speelt de kennis over taalgebruik een rol in de taalvaardigheden die elders in het programma zitten, maar daar gaat het weer alleen over vaardigheden.

    De taal zelf blijft zo onderbelicht. En dat terwijl taal het belangrijkste menselijke cultuurgoed is. Belangrijker dan de Nachtwacht, belangrijker dan de computer of het internet. Zonder taal had onze huidige beschaving, met al zijn technologische ontwikkelingen, helemaal niet bestaan. Waarom leren wij onze leerlingen niets over dit essentiële fenomeen?

    De vraag is dus: waar zit de kennis over taal, in al zijn facetten? Hoe wordt taal geleerd? Hoe is taal ontstaan? Hoe zit taal in elkaar? Hoe werkt meertaligheid, taalverandering, taalvariatie? Hoe is de betekenis van taal afhankelijk van de context? Wat is het verschil tussen menselijke taal en kunstmatige taal (computertaal)? Dit zijn allemaal vragen die in het kennisdomein Taal en Cultuur zouden thuishoren.

    In het Manifest Nederlands op School (https://vakdidactiekgw.nl/manifest-nederlands-op-school/) wordt bepleit dat taalvaardigheid en geletterdheid (de vaardigheden die bij dit kennisdomein aansluiten) worden ingevuld als bewuste taalvaardigheid en bewuste geletterdheid. Dat betekent dat deze vaardigheden gebouwd moeten worden op kennis en inzicht. Kennis over taal en kennis over cultuur. Inzicht in taal en inzicht in cultuur.

    In het voorstel op Ons Onderwijs 2032 ontbreekt dit perspectief op taal.