Sinds de publicatie van het advies Ons onderwijs2032 afgelopen 23 januari wordt er veel over dit advies gesproken. Onderwijs2032 is regelmatig onderwerp van gesprek in de krant, op TV en in de social media. Alle verschillende berichten roepen vragen op over de inhoud, de status en de totstandkoming van het advies. Om deze vragen te beantwoorden hebben we tien punten over Onderwijs2032 op een rijtje gezet.

  1. Wat was de aanleiding en het doel?
  2. Brede maatschappelijke dialoog – wie zijn geraadpleegd en hoe?
  3. Hoe zit het met het draagvlak van het advies?
  4. Is het advies wetenschappelijk onderbouwd?
  5. Waar komt het advies in het kort op neer?
  6. Pleit het advies Ons onderwijs2032 voor het afschaffen van vakken?
  7. Is Onderwijs2032 een stelselwijziging?
  8. Wat is de status van het advies?
  9. Kunnen scholen en leraren nu al aan de slag met het advies?
  10. Waarom is praten over het curriculum zo complex?

Wat was de aanleiding en het doel?

Ons onderwijs behoort tot het beste van de wereld. We scoren goed in vergelijking met andere landen. Maar om die positie voor de toekomst veilig te stellen, is het van belang de doelen en de inhoud van het onderwijs van tijd tot tijd te bezien en te actualiseren. De Onderwijsraad concludeerde in 2014 dat curricula in Nederland overladen en versnipperd zijn. In andere landen wordt het onderwijscurriculum elke vijf tot zeven jaar herzien. In Nederland vinden aanpassingen van het curriculum te vaak ad hoc of te geïsoleerd plaats. Dat zorgt voor onrust en onduidelijkheid in het onderwijs en werkt incidentenpolitiek en overladenheid van het curriculum in de hand. Daarnaast merken leraren op dat zij zich te veel uitvoerders van methoden voelen in plaats van professionals die ruimte hebben om hun eigen vak vorm te geven. Het is daarom belangrijk het huidige onderwijsaanbod in samenhang te bezien, dat wil zeggen vanuit een gezamenlijke visie onderwijsinhoud met elkaar vormgeven en afstemmen en de doorlopende leerlijn van het primair naar het voortgezet onderwijs versterken. Het curriculum kan vervolgens periodiek worden geactualiseerd en wordt minder aan hypes blootgesteld.

Onderwijs2032 wil ervoor zorgen dat het onderwijs voldoende relevant blijft voor leerlingen en wat zij voor de toekomst nodig hebben. De verwachting is dat het tempo waarin technologische ontwikkelingen hun weg naar de samenleving en arbeidsmarkt vinden nog verder zal toenemen. Dit betekent dat er andere kennis en vaardigheden van burgers en werknemers worden verwacht dan nu het geval is.

In navolging van het rapport Tijd voor onderwijs van de commissie Dijsselbloem en het advies Een eigentijds curriculum van de Onderwijsraad riep staatssecretaris Sander Dekker begin 2015 het Platform Onderwijs2032 in het leven. Het Platform kreeg de opdracht om een advies aan het kabinet te schrijven dat antwoord geeft op de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen in het basis- en het voortgezet onderwijs nodig hebben om volwaardig in de (toekomstige) samenleving te participeren, met als doel tot een toekomstgericht curriculum te komen.

Meer informatie

Brede maatschappelijke dialoog – wie zijn geraadpleegd en hoe?

Het Platform Onderwijs2032 startte een brede maatschappelijke dialoog over de herijking van het curriculum. Leerlingen, leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en maatschappelijke en culturele instellingen gingen met elkaar en met het Platform in gesprek op scholen en tijdens bijeenkomsten en congressen. Via de website onsonderwijs2032.nl, Facebook, Twitter en per post ontving het Platform vele reacties en bijdragen. Op 1 oktober 2015 presenteerde het Platform een tussentijds advies, het zogeheten hoofdlijnenadvies. Van oktober 2015 tot december 2015 ging het Platform vooral met het onderwijsveld in gesprek om het hoofdlijnenadvies te toetsen en verder te verdiepen. Bij de totstandkoming van het advies heeft het Platform gebruik gemaakt van wetenschappelijke inzichten en voorbeelden uit andere landen. Op 23 januari 2016 overhandigde het Platform het eindadvies aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Meer informatie

Hoe zit het met het draagvlak van het advies?

Het eindadvies is mede tot stand gekomen doordat de samenleving, en het onderwijsveld in het bijzonder, erbij betrokken was. Het Platform had de expliciete opdracht om het voor iedereen mogelijk te maken om een bijdrage te leveren. Het heeft veel reacties ontvangen waaruit zorgen over het huidige curriculum bleken en waarin wensen voor het toekomstige onderwijsaanbod werden geuit. Veel van de genoemde partijen hebben de kans gepakt om mee te denken over de onderwijsinhoud in Nederland. De gesprekken die het Platform met duizenden leraren en vertegenwoordigers uit het onderwijsveld heeft gevoerd, zijn zeer waardevol gebleken voor het advies. Desondanks is dit een smaldeel van de leraren die hiermee uiteindelijk aan de slag zal gaan. Hoe meer leraren betrokken worden in de discussie over curriculumontwikkeling, hoe beter. Het advies vormt de basis voor een vervolg waarin duidelijk moet worden hoe elementen uit het advies in de praktijk kunnen worden uitgewerkt.

Na publicatie van het advies zijn er veel uiteenlopende reacties gekomen. Sommige partijen zijn erg enthousiast. Maar er zijn ook mensen die vragen hebben over het advies, sommigen vragen zich af of het in de praktijk te realiseren valt. Anderen zijn bezorgd of ronduit negatief. Uit de reacties is de wens naar voren gekomen om leraren een duidelijkere rol en inbreng in de volgende fase te geven. Dit sluit aan bij het advies van het Platform waarin een stevige positie voor leraren in de vervolgfase wordt bepleit. Zij geven dagelijks handen en voeten aan het curriculum en zijn de experts bij uitstek. Toekomstige keuzes raken hun dagelijkse onderwijspraktijk. Daarnaast blijft het van belang in elke fase elke partij te blijven horen en betrekken.

Op het verzoek van de staatssecretaris onderzoekt de onderwijscoöperatie, de beroepsorganisatie van, voor en door de leraar, tot 1 november zelfstandig het draagvlak van het advies onder leraren en welke rol leraren in het vervolg willen nemen. De gesprekken vinden vooral via digitale media plaats. Ook komen er focusbijeenkomsten, gesprekken op school en een slotdebat op het Lerarencongres op 8 oktober. Lees meer hierover op de website van de Onderwijscoöperatie.

Meer informatie

Is het advies wetenschappelijk onderbouwd?

Het Platform heeft veelvuldig gesproken met wetenschappers en volop gebruik gemaakt van wetenschappelijke literatuur:

  • Het Platform heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gevraagd om te kijken naar internationale literatuur op het gebied van curriculumontwikkeling en de drie doelen van het onderwijs: kennisontwikkeling, maatschappelijke vorming en persoonsvorming. Het doel hiervan was om inzicht te krijgen in de wetenschappelijke stand van zaken rondom deze doelen.
  • Om de uitkomsten van de maatschappelijke dialoog te duiden heeft het Platform gebruik gemaakt van wetenschappelijke literatuur. Een overzicht van de gebruikte literatuur is te vinden op onsonderwijs2032.nl/advies.
  • Tijdens diverse bijeenkomsten en gesprekken sprak het Platform met wetenschappers over onderwerpen die relevant zijn voor curriculumwijziging. De platformleden spraken met wetenschappers onder andere over curriculumontwikkeling, leerpsychologie, vaardigheden en over wat kennis over het brein op korte en lange termijn voor het onderwijs kan betekenen.

Het Platform heeft ook inzichten uit onderwijsvernieuwingen in andere landen gebruikt om tot zijn advies te komen. Zo heeft het literatuur bestudeerd over recente onderwijsvernieuwingen in Alberta, Australië, Singapore en Vlaanderen. Daarnaast heeft het werkbezoeken gebracht aan Schotland, Noorwegen, Finland en Estland, Engeland en Singapore.

Meer informatie

Waar komt het advies in het kort op neer?

Ons onderwijs2032 adviseert over een toekomstgericht curriculum in Nederland. Het is een basis waarop leraren, schoolleiders en overheid verder kunnen bouwen aan zo’n curriculum. De centrale vraag daarbij is hoe we kinderen van nu zo goed mogelijk voorbereiden op hun toekomst. Welke kennis en vaardigheden hebben leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs nodig om volwaardig in de (toekomstige) samenleving te kunnen participeren?

Een goede voorbereiding op de toekomst vraagt wat het Platform betreft om een balans tussen kennisoverdracht, persoonlijke ontwikkeling en voorbereiding op deelname aan de maatschappij. De laatste twee aspecten hebben de afgelopen tijd te weinig aandacht gekregen. Het Platform adviseert die balans te herstellen en te komen tot een samenhangend curriculum. Daartoe moeten scholen meer ruimte krijgen om hun curriculum naar eigen inzicht vorm te geven.

Drie hoofdlijnen uit het advies:

  • Een vaste basis aan kennis en vaardigheden, waarbij vakoverstijgend leren, denken en werken essentieel zijn voor het maatschappelijk functioneren van leerlingen. De samenleving en de arbeidsmarkt doen een steeds groter beroep op die kennis en vaardigheden. Vakoverstijgende vaardigheden staan niet op zichzelf, ze krijgen pas betekenis in relatie tot vakinhouden.
  • Dat wat scholen moeten aanbieden wordt beperkt tot een kern van kennis en vaardigheden. Zo krijgen scholen ruimte om die kern voor hun leerlingen te verdiepen of te verbreden en hun onderwijsaanbod te laten aansluiten bij de mogelijkheden en de interesses van hun leerlingen en bij hun visie.
  • Persoonlijke ontwikkeling staat meer centraal: scholen stimuleren leerlingen om te leren leren, kritisch te denken en te creëren. Leerlingen vormen zich als persoon door hun identiteit, hun creativiteit en een gezonde leefstijl te ontwikkelen.

Verschillende vakdisciplines dragen bij aan de kennisbasis waaruit leerlingen moeten kunnen putten voor hun vervolgopleiding en hun deelname aan de samenleving. Iedere vakdiscipline heeft zijn eigen en unieke begrippen en principes, vaardigheden, denkwijzen en manieren van kijken naar de wereld. Tegelijkertijd zijn er raakvlakken tussen vakken en de (denk)instrumenten die ze daarbij gebruiken. Meer verbinding tussen de inhoud van vakken kan het onderwijs voor leerlingen meer betekenisvol maken. Ook maatschappelijke kwesties vragen om een interdisciplinaire aanpak.

Meer informatie

Pleit het advies Ons onderwijs2032 voor het afschaffen van vakken?

Nee, in het advies van Platform Onderwijs2032 worden drie kennisdomeinen voorgesteld: Mens & Maatschappij, Natuur & Technologie en Taal & Cultuur. Het Platform adviseert om leerdoelen binnen deze drie kennisdomeinen meer dan nu in samenhang te ontwikkelen. Dit kan scholen helpen de verbinding tussen vakken te versterken of, als een school dat wil, het onderwijs meer in samenhang te organiseren. Een versterking van deze verbinding maakt het onderwijs betekenisvoller voor leerlingen. Maar het is uiteindelijk aan de scholen of ze hun onderwijsaanbod willen organiseren in vakken of dat ze dat meer thematisch willen doen. Dat is niet anders dan in de huidige situatie: ook nu richten scholen het onderwijs op uiteenlopende manieren in.

Is Onderwijs2032 een stelselwijziging?

Nee, het advies van het Platform is bedoeld om de inhoud van het onderwijs aan te passen, zodanig dat leerlingen beter voorbereid zijn op de toekomst. Het advies van het Platform is een herijking van het huidige onderwijsaanbod zodat het blijft aansluiten op de veranderingen en de ontwikkelingen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Het is geen stelselherziening, maar een manier om de onderwijsinhoud bij de tijd te houden.

Wat is de status van het advies?

In november 2014 gaf staatssecretaris Sander Dekker het startschot voor een discussie over het onderwijs van de toekomst op basisscholen en middelbare scholen. In januari bracht Platform Onderwijs2032 op basis daarvan advies uit over wat kinderen moeten kennen en kunnen.

Om goed te kijken hoe haalbaar en toepasbaar het advies in de dagelijkse onderwijspraktijk startte in juni de zogenaamde verdiepingsfase. Een aantal scholen is al bezig met curriculumontwikkeling en brengt onderdelen van het advies in de praktijk of wil hiermee starten. De komende maanden (tot 1 november) brengen we deze ervaringen in kaart met leerlingen, leraren, ouders en schoolbestuurders. Dit levert lessen op over hoe scholen aan curriculumontwikkeling werken, wie daarin welke rol heeft, wat haalbaar is en wat daarvoor nodig is.

Meer informatie

Kunnen scholen en leraren nu al aan de slag met het advies?

Scholen kunnen altijd aan de slag met hun onderwijsinhoud en daarbij het advies gebruiken. Zo kan het advies een stimulans zijn om verder te gaan op de ingeslagen weg, voor andere scholen en leraren kan het advies aanknopingspunten en handvatten bieden om daadwerkelijk aan de slag te gaan.

Kijkend naar de visie van het Platform en naar de voorgestelde kennisdomeinen kunnen leraren en teams bijvoorbeeld met elkaar in gesprek gaan. Denk aan gespreksvragen als:

  • Wat staat er in onze eigen schoolvisie centraal?
  • Hoe zien we dat terug in onze onderwijspraktijk?
  • Hoe ervaren onze leerlingen dat?
  • Wat is in ons huidige onderwijsaanbod dé essentiële bagage van leerlingen?
  • Hoe groot is op onze school de ruimte voor leerlingen om zelf te mogen kiezen?
  • Hoe bewaken we de kwaliteit van het aanbod dat we zelf bepalen?
  • Hoe ervaren onze leerlingen samenhang in het onderwijsaanbod?
  • Welke afspraken hebben wij hier over gemaakt?

Meer informatie op Youtube kanaal voor filmpjes over voorbeeldscholen.

Waarom is praten over het curriculum zo complex?

Er is niet één partij die de inhoud van het onderwijs bepaalt:

  • de overheid formuleert kaders binnen wet- en regelgeving (kerndoelen, eindtermen, referentieniveaus);
  • scholen hebben daarbinnen ruimte voor eigen beleid (schoolvisie, schoolplan);
  • leraren en andere experts maken materialen en nemen beslissingen over wie wat moet leren (dat wat feitelijk in de klas wordt aangeboden en aan kennis en vaardigheden wordt opgedaan).

Gesprekken over het curriculum worden gevoerd vanuit verschillende perspectieven:

  • Het maatschappelijk debat: wat vindt iedereen?
  • Het technisch-bestuurlijke traject: welke doelen en eindtermen leggen we vast?
  • De concretisering van het leerplan: welke exemplarische uitwerkingen moeten er komen?
  • Het schoolniveau: welke keuzes maken scholen vanuit hun visie?
  • Het behalen van resultaten: hoe borgen we de kwaliteit van de opbrengsten?

De visie van het Platform biedt voor alle niveaus waarop van een curriculum sprake is een referentiekader, een gemeenschappelijke taal en een basis voor gesprek en verdere uitwerking. Onderwijs2032 probeert de inhoud, het proces, het gesprek en de gesprekspartners met elkaar te verbinden en te betrekken bij curriculumontwikkeling.