De afgelopen maanden werd het advies Onderwijs2032 getoetst op haalbaarheid en toepasbaarheid in de onderwijspraktijk. Daarvoor is zoveel mogelijk kennis, expertise en creativiteit uit het onderwijsveld opgehaald. Ook de komende tijd zullen we inspirerende voorbeelden blijven delen, en we horen daarom graag uw ideeën en ervaringen. Ter inspiratie voor andere scholen en om van te leren voor een vervolg in de landelijke curriculumvernieuwing. 

Meedoen kan op verschillende manieren. Van een korte reactie op LinkedIn, Facebook en Twitter tot het organiseren van een gesprekssessie op school.

denk-mee-typo

Benieuwd wat uw collega’s van het advies vinden? Volg de online-discussie en denk mee via #onderwijs2032

Linkedin icoon

LinkedIn

Denk mee met uw vakgenoten over de invulling van een nieuw curriculum.

Facebook icoon

Facebook

Volg het gesprek over actuele ontwikkelingen in de onderwijspraktijk.

Twitter icoon

Twitter

Het laatste nieuws rondom voortgang en activiteiten van Onderwijs2032.

praat-mee-typo

In hoeverre verhoudt het advies zich tot de visie van úw school? Download de Gespreksset en bespreek het advies binnen uw team.

Gespreksset

U kan een gesprek op uw eigen school organiseren met behulp van de ‘Gespreksset2032’. In de set zit een uitgebreide handleiding die helpt een goed inhoudelijk gesprek te voeren met een team.

Download

Download de volledige Gespreksset in één keer (zip) en print deze zelf uit of toon ze tijdens de sessie via een beeldscherm, beamer of smartboard.

Ook kunnen de verschillende onderdelen los van elkaar gedownload worden:

Deel uw mening!

De Gespreksset sluit af met het invullen van een feedback-poster. Tot 1 november konden scholen een foto van de poster insturen met de uitkomsten van het gesprek.

doe-mee-typo

De afgelopen tijd vonden diverse bijeenkomsten plaats door het hele land. Hieronder alle mogelijkheden waarop mensen actief konden meedoen.

Gespreksbegeleider

Bureau Onderwijs2032 biedt de mogelijkheid om een gespreksbegeleider van buitenaf in te schakelen. Deze persoon neemt niet deel aan de discussie, maar zorgt dat de stappen van de sessie op een goede manier worden doorlopen. Op die manier vindt een vruchtbare en efficiënte sessie plaats.

Bijeenkomsten

Tot begin november werden door het hele land verschillende bijeenkomsten georganiseerd waar Onderwijs2032 wordt besproken. Kijk op de agenda voor een overzicht van deze bijeenkomsten.

Mee doen voor leraren

De Onderwijscoöperatie ging met leraren in gesprek over de rol die zij graag in willen nemen bij curriculumvernieuwing en of het advies wel de juiste richting aangeeft. Kijk op de website van de Onderwijscoöperatie voor meer informatie.

Mee doen voor leerlingen

Uiteraard konden ook leerlingen hun stem laten horen. Op de website van LAKS is meer informatie te vinden.

Mee doen voor ouders

Ook voor ouders werden er verschillende panelgesprekken georganiseerd. Kijk op de website van Ouders&Onderwijs voor meer informatie.

  • roeland smeets

    Het Tienerbrein https://www.mediawijzer.net/tienerbrein-wijs-samenwerking-en-zelfinzicht/ van Jelle Jolles vertelt veel nieuws over de jongere en zijn of haar ontwikkeling. Haal meer leerrendement uit het onderwijs door jongeren de kans te geven ongestoord en veilig in zelf gekozen groepjes of alleen te studeren!

  • roelandsmeets

    Een manier om mogelijk moeilijk liggende onderwerpen als diversiteit aan de orde te brengen om het debatteren een plek te geven in ons onderwijs, Debatteren met open vizier vereist spelregels, die het mogelijk maken dat iedereen gebruik kan maken van haar of zijn recht op Vrijheid van meningsuiting.
    Yale Hoogleraar Timothy Garton Ash heeft onlangs een lijvig boekwerk het licht doen zien: “Free speech, Ten Principles for a connected World”. Ik heb er twee blogs over geschreven: de eerste gaat over de huidige stand van zaken m.b.t. de Vrijheid van Meningsuiting wereldwijd:
    https://www.mediawijzer.net/netwerkmaatschappij-deel-16-vrijheid-meningsuiting/
    In de tweede komen tien uitgangspunten aan de orde die je kunt hanteren tijdens debatten
    https://www.mediawijzer.net/de-netwerkmaatschappij-deel-17-vrijheid-van-meningsuiting-tien-uitgangspunten-voor-discussie-en-debat/

  • Kees Verde

    (Klik onder dit tekstvak op: “meer zien”, om de rest van dit bericht te lezen.)

    GEEF MEER LES IN HUISHOUDEN

    Geef jongens en meisjes meer dan nu gebeurt, les in de theorie en praktijk van huishoudelijke technieken. Behandel daarbij ook de financiële, organisatorische en milieu-aspecten. Leer ze onder andere om een bepaald bedrag te sparen voor financiële tegenslag. Geef huishoudonderwijs vooral via web-video’s en gespecialiseerde webfora, om kosten te sparen.

    Gebrek aan dergelijke huishoudelijke kennis en vaardigheden kan bijdragen tot aanzienlijke medische, psychosociale, en financiële problemen. Bijvoorbeeld bij echtscheiding. drugsverslaving, eetproblemen, huiselijk geweld, diefstal of dakloosheid. De vaak hoge kosten van dergelijke problemen worden in ernstige gevallen betaald door de overheid.

    Sinds de tweede feministische golf (van 1960 tot 1990) heeft huishoudelijke kennis bij veel Nederlanders te weinig aandacht gekregen. Dit doordat huishouden vaak, en ten onrechte, wordt geassocieerd met een ondergeschikte positie van vrouwen.

    Dat verband bestond in de jaren vijftig nog wel vaak in Nederland, maar autochtone Nederlandse vrouwen zijn nu meestal vrij in
    hun studie- en beroepskeuze. Nederlandse autochtone vrouwen geven nog wel vaak de voorkeur aan het doen van veel huishoudelijke taken, en aan de zorg voor hun opgroeiende kinderen, boven een voltijdsbaan. Maar die keuze is vaak vrijwillig, en hoeft niet per se een slechte keuze te zijn.

    Instructiefilmpje over schoonmaken in huis: ‘Schoonmaken toilet’

    https://www.youtube.com/watch?v=xXNIfzSjzbY

  • Kees Verde

    (Klik onder dit tekstvak op: “meer zien”, om de rest van dit bericht te lezen.)

    VEILIGHEIDSONDERWIJS IS NOODZAKELIJK
    Ik pleit voor onderwijs op het gebied van veiligheid, hulpverlening, en samenwerking van burgers met hulpdiensten. Dat veiligheidsonderwijs kan het werk van hulpdiensten flink ontlasten, en kan de samenleving zeer veel leed en kosten besparen. Met veiligheid bedoel ik hier ongevallenpreventie thuis, in het verkeer, en en op het werk. Meer informatie daarover op: http://www.veiligheid.nl

    Dat veiligheidsonderwijs moet wekelijks gegeven worden aan alle leerlingen tussen vier en achttien jaar oud. Dat kan kostenbesparend via motiverende internetvideo’s, internefora, “flipping the classroom” en andere vormen van e-learning.

    Deze onderwijsvideo’s kunnen worden uitgewisseld met veel andere landen, voor kostenbesparing. Deze internetvideo’s kunnen worden vertaald door onbetaalde taalstudenten, of door vrijwilligers via een webforum of via wiki-software.

    Dat veiligheidsonderwijs kan in de plaats komen van andere schoolvakken, die minder belangrijk zijn. Bijvoorbeeld Frans, literatuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, creatieve handvaardigheid, tekenen, muziek, Latijn, Grieks, aardrijkskunde over verre landen, sport, wiskunde, geschiedenis, enz. Er kan bijvoorbeeld wat minder geschiedenisles en minder theoretische wiskunde gegeven worden, zodat er wekelijks lestijd beschikbaar komt voor veiligheidsonderwijs. Wél belangrijke onderdelen van wiskunde zijn o.a. kansrekening en statistiek.

    Dat veiligheidsonderwijs moet niet alleen kennis overdragen, maar moet ook de mentaliteit en het gedrag van leerlingen beïnvloeden op deze gebieden. Dat is mogelijk, door bij de productie van onderwijsvideo’s succesvolle reclame-experts en artiesten te betrekken, evenals gedragswetenschappers, en professionele filmproducenten. De effecten van deze onderwijsproducten op gedrag en opinie van leerlingen, moeten wetenschappelijk worden onderzocht via experimenten.

    Ook sociale veiligheid moet worden gestimuleerd. Dat kan via overtuigende morele voorlichting. Stop het taboe op moraliseren. Een samenleving zonder moraal is een zinkend schip.

  • Kees Verde

    (Klik onder dit tekstvak op: “meer zien”, om de rest van dit bericht te lezen.)

    ENGELSTALIG ONDERWIJSFORUM IS NODIG

    Onderwijs kost de Nederlandse overheid jaarlijks meer dan dertig miljard. Daarom is het van het grootste belang, dat er voortdurend kritisch wordt gekeken naar de doelen, inhoud, vorm en effecten van het onderwijs.

    Daarbij moeten ook voortdurend allerlei ongewenste effecten van onderwijs zorgvuldig worden gemeten en geanalyseerd. Bijvoorbeeld pestgedrag, schooluitval en burnout bij leraren.

    De huidige aanpak van project ‘Ons Onderwijs 2032′ heeft voordelen, maar vind ik te beperkt tot Nederlandse visies. Er kan hierbij een Nederlandse tunnelvisie ontstaan, naar mijn mening. Er bestaat een risico op teveel dogmatische ideologie, zonder recente experimenteel-wetenschappelijke onderbouwing. Ideologie en onderzoeksresultaten zijn allebei nodig, in balans.

    Bovendien kan er bij dit project ’Ons Onderwijs 2032′ in mijn visie, teveel aandacht ontstaan voor de mening van financieel belanghebbenden, zoals leraren en schoolbestuurders. Docenten Latijn, Frans, muziek en tekenen kunnen bijvoorbeeld pleiten voor behoud van hun vakken, terwijl het onderwijsgeld voor die vakken nuttiger besteed kan worden aan bijvoorbeeld de volgende schoolvakken: ICT, Engels, huishouden, brandveiligheid, EHBO, morele voorlichting, vredesonderwijs, conflictbemiddeling, kinderopvoeding, ziektepreventie, en preventie van psychosociale problemen.

    Daarom stel ik voor, dat de Nederlandse overheid een wetenschappelijk Engelstalig internet-forum organiseert, met als naam: “Future Of Education”. Op dat forum kunnen top-experts op het gebied van onderwijs, uit de hele wereld worden uitgenodigd, om hun visie te geven op allerlei aspecten van toekomstig onderwijs. Dit op basis van recent wetenschappelijk onderzoek, onderwijs-experimenten, evidence-based best-practices.

    Bijvoorbeeld onderwijsexperimenten op het gebied van: e-learning, flipped classroom, schooluitval, morele vorming, pesten, peer coaching, toezichtteams gevormd door leerlingen, gang-prevention, drugs-prevention, alcohol-prevention, studievaardigheden, studiemotivatie, beroepskeuze, geestelijke gezondheid en psycho-preventie, enz.

    Die buitenlandse onderwijsexperts kunnen daarvoor worden betaald door de Nederlandse overheid. Dat is relatief goedkoop, omdat er geen reiskosten en hotelkosten zijn, bij discussie via een internetforum. En mogelijk zijn veel top-experts bereid om onbetaald deel te nemen aan die forum-discussies, uit interesse, en om hun mening en ervaringen uit te dragen uit idealisme. En omdat het een eer is om uitgenodigd te worden voor dat internationale expert-forum.

    Er kunnen onderwijs-experts meedoen uit bijvoorbeeld: USA, China, India, Duitsland, Japan, Singapore, Finland, Israël, Zuid-Afrika, enz.

    De kosten van een internet-forum zijn heel laag, als er gebruik wordt gemaakt van populaire gratis forum-software. Die software kan de forumbeheerder zelf eenvoudig naar eigen wensen aanpassen. Die gratis forum-software is te vinden op internet. Beperk daartoe de volgende Google-zoekopdracht tot afgelopen jaar: “best forum software”.

    Bij de moderatie van dat internet-forum kunnen goed geselecteerde en goed voorgelichte forum moderators worden ingeschakeld, die dat werk onbetaald doen vanuit hun woonhuis.

    Daarnaast kunnen er ook bestaande Engelstalige internet-fora over education worden geraadpleegd. Bijvoorbeeld: http://educationforum.ipbhost.com/

  • Anne Verschraagen

    Bijdrage Kees Verde:

    ONDERWIJS MOET MORALISEREN
    Maak onderwijs weer normatief. Oftewel, onderwijs moet weer een moraal gaan uitdragen. Sinds de sixties is moraliseren taboe in veel westerse landen, ook in het onderwijs. Het werd vanaf toen door velen als ongepast gezien, om een ethische boodschap uit te dragen.

    Die trend was toen een doorschietende reactie op het nazi-fascisme van WOII, dat nog vers in het geheugen lag. Die weerstand tegen moraliseren was in de sixties en seventies ook een breed gevoelde allergische reactie, op de beklemmende burgerlijke en christelijke moraal in de fifties.

    Door dat taboe op moraliseren is in veel Westerse landen de moraal ernstig verzwakt. Het gevolg was o.a. een vertienvoudiging van de criminaliteit in Nederland tussen 1960 en 1980, ondanks een sterke toename in beveiligingsmaatregelen daartegen, zoals inbraakpreventie en beveiligers.

    Veel Nederlanders leven nu min of meer asociaal, egoïstisch en onverantwoordelijk. Dat leidt tot veel persoonlijk leed en grote maatschappelijke problemen. Bijvoorbeeld ernstige criminaliteit, dakloosheid, zeer veel SOA-besmettingen en ongewenste zwangerschappen, zeer veel verslaafden aan bijvoorbeeld alcohol en drugs, vandalisme, brandstichting, huiselijk geweld, verbaal geweld, pesten, bedrog, oplichting, misleidende reclame, fraude, corruptie, schulden, ongevallen (thuis en op het werk), schooluitval, enz.

    Het is inmiddels goed mogelijk om gedrag en opinie te beïnvloeden via experimenteel-wetenschappelijke inzichten van reclame-experts. Die beïnvloeding van gedrag en opinie is onder andere mogelijk via onderwijsvideo’s, amusementsvideo’s, radio- en tv-amusement (edutainment) en websites. De onderstaande video vertelt over de nieuwe wetenschappelijke inzichten op dat gebied:
    “VPRO Tegenlicht – What Makes You Click?”

    http://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2016-2017/what-makes-you-click.html

    De overheid moet via dergelijke gedragsbeïnvloedende campagnes alleen opinies en gedrag stimuleren, die door twee derde van het parlement wordt gesteund. Die beperking kan voorkomen, dat dit systeem wordt misbruikt voor gevaarlijke politieke propaganda, en voor ondermijning van onze waardevolle democratie. Dat zeg ik als linkse kiezer. Want elke technologie kan worden misbruikt. Maar dat is geen reden om die technologie niet te gebruiken. Dat geldt ook voor deze wetenschappelijke beïnvloedingstechnieken via ICT.

    Dus die overheidsvoorlichting moet geen reclame maken voor het beleid van een zittende regering. Maar die voorlichting moet wél bijvoorbeeld leerlingen ontmoedigen, om lid te worden van een misdaadbende. En die voorlichting moet burgers ontmoedigen om alcohol, sigaretten en harddrugs te gebruiken. Die voorlichting moet motiveren tot een sociale, verantwoordelijke, en gezonde leefstijl.

    Video: “Life Facing Bars: A Gang Prevention Documentary”

    https://www.youtube.com/watch?v=FdPgeQUhthk

    Meer video’s over “gang prevention”:

    https://www.google.nl/search?q=gag+prevention&ie=utf-8&oe=utf-8&client=firefox-b&gfe_rd=cr&ei=9XPqV_T3Hs7G8Afi_4CgBA#q=%22gang+prevention%22&tbm=vid&tbs=dur:l

  • Ludo Simons

    Dit is wat ik zou willen planten bij het onderwijs in 2032:

    http://creativeconsciousness.nl/ (met couponcode “0863 + de maand van deelname”)

    http://www.artofhosting.be/resources/

    http://www.happyteachers.nu/

  • Kees Verde

    (Klik onder dit tekstvak op: “meer zien”, om de rest van dit bericht te lezen.)

    ONDERWIJS MOET MORALISEREN
    Maak onderwijs weer normatief. Oftewel, onderwijs moet weer een moraal gaan uitdragen. Sinds de sixties is moraliseren taboe in veel westerse landen, ook in het onderwijs. Het werd vanaf toen door velen als ongepast gezien, om een ethische boodschap uit te dragen.

    Die trend was toen een doorschietende reactie op het nazi-fascisme van WOII, dat nog vers in het geheugen lag. Die weerstand tegen moraliseren was in de sixties en seventies ook een breed gevoelde allergische reactie, op de beklemmende burgerlijke en christelijke moraal in de fifties.

    Door dat taboe op moraliseren is in veel Westerse landen de moraal ernstig verzwakt. Het gevolg was o.a. een vertienvoudiging van de criminaliteit in Nederland tussen 1960 en 1980, ondanks een sterke toename in beveiligingsmaatregelen daartegen, zoals inbraakpreventie en beveiligers.

    Veel Nederlanders leven nu min of meer asociaal, egoïstisch en onverantwoordelijk. Dat leidt tot veel persoonlijk leed en grote maatschappelijke problemen. Bijvoorbeeld ernstige criminaliteit, dakloosheid, zeer veel SOA-besmettingen en ongewenste zwangerschappen, zeer veel verslaafden aan bijvoorbeeld alcohol en drugs, vandalisme, brandstichting, huiselijk geweld, verbaal geweld, pesten, bedrog, oplichting, misleidende reclame, fraude, corruptie, schulden, ongevallen (thuis en op het werk), schooluitval, enz.

    Het is inmiddels goed mogelijk om gedrag en opinie te beïnvloeden via experimenteel-wetenschappelijke inzichten van reclame-experts. Die beïnvloeding van gedrag en opinie is onder andere mogelijk via onderwijsvideo’s, amusementsvideo’s, radio- en tv-amusement (edutainment) en websites. De onderstaande video vertelt over de nieuwe wetenschappelijke inzichten op dat gebied:
    “VPRO Tegenlicht – What Makes You Click?”

    http://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2016-2017/what-makes-you-click.html

    De overheid moet via dergelijke gedragsbeïnvloedende campagnes alleen opinies en gedrag stimuleren, die door twee derde van het parlement wordt gesteund. Die beperking kan voorkomen, dat dit systeem wordt misbruikt voor gevaarlijke politieke propaganda, en voor ondermijning van onze waardevolle democratie. Dat zeg ik als linkse kiezer. Want elke technologie kan worden misbruikt. Maar dat is geen reden om die technologie niet te gebruiken. Dat geldt ook voor deze wetenschappelijke beïnvloedingstechnieken via ICT.

    Dus die overheidsvoorlichting moet geen reclame maken voor het beleid van een zittende regering. Maar die voorlichting moet wél bijvoorbeeld leerlingen ontmoedigen, om lid te worden van een misdaadbende. En die voorlichting moet burgers ontmoedigen om alcohol, sigaretten en harddrugs te gebruiken. Die voorlichting moet motiveren tot een sociale, verantwoordelijke, en gezonde leefstijl.

    Video: “Life Facing Bars: A Gang Prevention Documentary”

    https://www.youtube.com/watch?v=FdPgeQUhthk

    Meer video’s over “gang prevention”:

    https://www.google.nl/search?q=gag+prevention&ie=utf-8&oe=utf-8&client=firefox-b&gfe_rd=cr&ei=9XPqV_T3Hs7G8Afi_4CgBA#q=%22gang+prevention%22&tbm=vid&tbs=dur:l

  • Kees Verde

    (Klik onder dit tekstvak op: “meer zien”, om de rest van dit bericht te lezen.)

    ONDERWIJS OVER GENTECHNOLOGIE
    Ik vind dat allerlei vormen van onderwijs meer informatie moeten geven, over de ontwikkeling van gentechnologie. Dat zeg ik als linkse kiezer.

    De mensheid zal deze eeuw veranderen, door de bewuste en doelgerichte ontwikkeling van het menselijk erfelijk materiaal, volgens mij. Daardoor kunnen allerlei grote maatschappelijke problemen worden verminderd, zoals criminaliteit, lichamelijke een psychische aandoeningen, armoede, oorlogen en andere conflicten, en psychopathie.

    Wikipedia over psychopathie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Psychopathie

    Ook kunnen mensen door gentechnologie intelligenter worden. Dat kan bijdragen aan de ontwikkeling van wetenschap en welzijn.

    In China wordt veel uitgebreider onderzoek gedaan naar gentechnologie, dan in Westerse landen. In Westerse landen is de discussie over eugenetica nog grotendeels taboe, door de herinnering aan de wrede ideologie en praktijken van de nazi’s tijdens WOII op dat gebied.

    Maar ook op een democratische, gematigde, genuanceerde, voorzichtige, humane, en ethische manier, kunnen eugenetische principes bijdragen aan het welzijn van mensen. De grote maatschappelijke problemen, die nu onoplosbaar lijken, kunnen daarmee worden verminderd, volgens mij.

    Bijvoorbeeld door mensen met een ernstige erfelijke ziekte extra voorlichting te geven over gebruik van anticonceptie, en hen daarvoor te belonen. Daardoor wordt de kans kleiner, dat hun aandoening wordt doorgegeven aan een volgende generatie.

    Meer info:
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Eugenetica
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Genetische_technologie
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Wouter_Buikhuisen
    https://en.wikipedia.org/wiki/Eugenics

    Video over eugenetica: “”DNA Dreams”-Chinese Eugenics Documentary (2013)”
    https://www.youtube.com/watch?v=zvjDr7i14Cc

  • Anne Verschraagen

    Reactie Kees Verde:

    1. VERWIJDERING VAN BIJDRAGEN OP DEZE WEBSITE
    Het advies van de Commissie Ons Onderwijs 2032 bevat veel waardevolle elementen. Maar waarom zijn de honderden inhoudelijke bijdragen van betrokken en deskundige burgers van deze website verwijderd?

    Dat is erg teleurstellend en ontmoedigend voor deze deelnemers, die zich hebben ingezet, om een serieuze constructieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het onderwijs.

    Deze bijdragen blijven nog vele jaren nuttig om te lezen. Want de ontwikkeling van onderwijs gaat door. Ook is de verwijdering van die vele bijdragen niet transparant, en niet nodig. Want het is heel goedkoop, om die informatie blijvend te publiceren op internet. Hosting van een bijzonder uitgebreid internet-forum of website op een server kost namelijk slechts 150 euro per jaar.

    Ik verzoek de commissie daarom vriendelijk, om de verwijderde bijdragen van deelnemers weer zichtbaar te maken op deze website.

    2. FORUM-SOFTWARE
    Het is jammer, dat er nog geen gewone actuele standaard forum-software wordt gebruikt voor de maatschappelijke discussie over onderwijsvernieuwing in Nederland. Dergelijke forum-software is gratis, en biedt veel mogelijkheden voor overzichtelijke structurering, verdieping en moderatie van discussies. Wikipedia over forum software:
    https://en.wikipedia.org/wiki/Comparison_of_Internet_forum_software

    3. E-LEARNING
    Onderwijs kost de Nederlandse overheid jaarlijks meer dan dertig miljard euro. Daarom is het van het grootste belang, om voortdurend open te staan voor de mogelijkheden van efficiency-vergroting door innovatie.

    Alle bedrijfssectoren hebben ICT al omarmd sinds de jaren negentig. Maar Nederlands onderwijs wordt nog steeds hoofdzakelijk gegeven volgens de inefficiënte traditionele methode: klassikaal onderwijs, de meester vertelt. Het onderwijs dat leerlingen moet voorbereiden op 2032 wordt nog vooral gegeven volgens de methode uit 1982. Die methode stamt uit de Middeleeuwen.

    Onderwijzend personeel en onderwijsbestuurders in Nederland saboteren al honderd jaar het gebruik van multimediaal onderwijs, uit angst voor banenverlies.

    Aanvullend multimediaal onderwijs had al in 1920 ingevoerd kunnen worden via radio-uitzendingen, en later ook via tv, geluidscassettes, DVD, enz. Ook nu maakt het onderwijs in Nederland veel te weinig gebruik van e-learning, “blended learning” en “flipped classroom”.

    Blended learning: https://en.wikipedia.org/wiki/Blended_learning

    Flipped classroom: https://en.wikipedia.org/wiki/Flipped_classroom

    En dat terwijl inmiddels wereldwijd zeer veel onderzoeksrapporten aantonen, dat digitale onderwijsmethoden effectief en kostenbesparend zijn, als ze deskundig worden toegepast. Ze kunnen bijvoorbeeld de vorm hebben van motiverende internet-video’s met artiesten, educatieve internetfora, mobile apps, en aantrekkelijke digitale simulatie-games.

    Ook het advies van de commissie Ons Onderwijs 2032 gaat veel te weinig in op het grote belang van e-learning. Daarentegen worden in dit advies wel ICT-aspecten voorgesteld, die veel minder belangrijk zijn voor het onderwijs dan e-learning, namelijk onderwijs over robotisering, 3d-printers en programmeren.

    Het advies van de commissie Ons Onderwijs 2032 lijkt daardoor meer een weergave van de wensen van leraren, dan dat het tegemoet komt aan de werkelijke belangen van leerlingen en studenten, zoals onderwijs op maat, aangepast aan de individuele capaciteiten, en aan de lichamelijke en geestelijke beperkingen van leerlingen en studenten.

    Universitair onderwijs zou bijvoorbeeld voor een heel laag collegegeld kunnen worden aangeboden via vooral digitaal afstandsonderwijs, zodat studenten geen kamer hoeven huren en geen baan naast hun studie hoeven te hebben.

    Ook vind ik, dat er veel te weinig e-learning experts betrokken zijn bij deze discussie over onderwijsvernieuwing, zoals bijvoorbeeld Maurice de Hond van O4NT, of medewerkers van Kennisnet.
    https://www.kennisnet.nl/
    http://o4nt.nl/

  • Kees Verde

    1. VERWIJDERING VAN BIJDRAGEN OP DEZE WEBSITE
    Het advies van de Commissie Ons Onderwijs 2032 bevat veel waardevolle elementen. Maar waarom zijn de honderden inhoudelijke bijdragen van betrokken en deskundige burgers van deze website verwijderd?

    Dat is erg teleurstellend en ontmoedigend voor deze deelnemers, die zich hebben ingezet, om een serieuze constructieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het onderwijs.

    Deze bijdragen blijven nog vele jaren nuttig om te lezen. Want de ontwikkeling van onderwijs gaat door. Ook is de verwijdering van die vele bijdragen niet transparant, en niet nodig. Want het is heel goedkoop, om die informatie blijvend te publiceren op internet. Hosting van een bijzonder uitgebreid internet-forum of website op een server kost namelijk slechts 150 euro per jaar.

    Ik verzoek de commissie daarom vriendelijk, om de verwijderde bijdragen van deelnemers weer zichtbaar te maken op deze website.

    2. FORUM-SOFTWARE
    Het is jammer, dat er nog geen gewone actuele standaard forum-software wordt gebruikt voor de maatschappelijke discussie over onderwijsvernieuwing in Nederland. Dergelijke forum-software is gratis, en biedt veel mogelijkheden voor overzichtelijke structurering, verdieping en moderatie van discussies. Wikipedia over forum software:
    https://en.wikipedia.org/wiki/Comparison_of_Internet_forum_software

    3. E-LEARNING
    Onderwijs kost de Nederlandse overheid jaarlijks meer dan dertig miljard euro. Daarom is het van het grootste belang, om voortdurend open te staan voor de mogelijkheden van efficiency-vergroting door innovatie.

    Alle bedrijfssectoren hebben ICT al omarmd sinds de jaren negentig. Maar Nederlands onderwijs wordt nog steeds hoofdzakelijk gegeven volgens de inefficiënte traditionele methode: klassikaal onderwijs, de meester vertelt. Het onderwijs dat leerlingen moet voorbereiden op 2032 wordt nog vooral gegeven volgens de methode uit 1982. Die methode stamt uit de Middeleeuwen.

    Onderwijzend personeel en onderwijsbestuurders in Nederland saboteren al honderd jaar het gebruik van multimediaal onderwijs, uit angst voor banenverlies.

    Aanvullend multimediaal onderwijs had al in 1920 ingevoerd kunnen worden via radio-uitzendingen, en later ook via tv, geluidscassettes, DVD, enz. Ook nu maakt het onderwijs in Nederland veel te weinig gebruik van e-learning, “blended learning” en “flipped classroom”.

    Blended learning: https://en.wikipedia.org/wiki/Blended_learning

    Flipped classroom: https://en.wikipedia.org/wiki/Flipped_classroom

    En dat terwijl inmiddels wereldwijd zeer veel onderzoeksrapporten aantonen, dat digitale onderwijsmethoden effectief en kostenbesparend zijn, als ze deskundig worden toegepast. Ze kunnen bijvoorbeeld de vorm hebben van motiverende internet-video’s met artiesten, educatieve internetfora, mobile apps, en aantrekkelijke digitale simulatie-games.

    Ook het advies van de commissie Ons Onderwijs 2032 gaat veel te weinig in op het grote belang van e-learning. Daarentegen worden in dit advies wel ICT-aspecten voorgesteld, die veel minder belangrijk zijn voor het onderwijs dan e-learning, namelijk onderwijs over robotisering, 3d-printers en programmeren.

    Het advies van de commissie Ons Onderwijs 2032 lijkt daardoor meer een weergave van de wensen van leraren, dan dat het tegemoet komt aan de werkelijke belangen van leerlingen en studenten, zoals onderwijs op maat, aangepast aan de individuele capaciteiten, en aan de lichamelijke en geestelijke beperkingen van leerlingen en studenten.

    Universitair onderwijs zou bijvoorbeeld voor een heel laag collegegeld kunnen worden aangeboden via vooral digitaal afstandsonderwijs, zodat studenten geen kamer hoeven huren en geen baan naast hun studie hoeven te hebben.

    Ook vind ik, dat er veel te weinig e-learning experts betrokken zijn bij deze discussie over onderwijsvernieuwing, zoals bijvoorbeeld Maurice de Hond van O4NT, of medewerkers van Kennisnet.
    https://www.kennisnet.nl/
    http://o4nt.nl/

  • Kees Verde

    1. VERWIJDERING VAN BIJDRAGEN OP DEZE WEBSITE
    Het advies van de Commissie Ons Onderwijs 2032 bevat veel waardevolle elementen. Maar waarom zijn de honderden inhoudelijke bijdragen van betrokken en deskundige burgers van deze website verwijderd?

    Dat is erg teleurstellend en ontmoedigend voor deze deelnemers, die zich hebben ingezet, om een serieuze constructieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het onderwijs.

    Deze bijdragen blijven nog vele jaren nuttig om te lezen. Want de ontwikkeling van onderwijs gaat door. Ook is de verwijdering van die vele bijdragen niet transparant, en niet nodig. Want het is heel goedkoop, om die informatie blijvend te publiceren op internet. Hosting van een bijzonder uitgebreid internet-forum of website op een server kost namelijk slechts 150 euro per jaar.

    Ik verzoek de commissie daarom vriendelijk, om de verwijderde bijdragen van deelnemers weer zichtbaar te maken op deze website.

  • Kees Verde

    1. VERWIJDERING VAN BIJDRAGEN OP DEZE WEBSITE
    Het advies van de Commissie Ons Onderwijs 2032 bevat veel waardevolle elementen. Maar waarom zijn de honderden inhoudelijke bijdragen van betrokken en deskundige burgers van deze website verwijderd?

    Dat is erg teleurstellend en ontmoedigend voor deze deelnemers, die zich hebben ingezet, om een serieuze constructieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het onderwijs.

    Deze bijdragen blijven nog vele jaren nuttig om te lezen. Want de ontwikkeling van onderwijs gaat door. Ook is de verwijdering van die vele bijdragen niet transparant, en niet nodig. Want het is heel goedkoop, om die informatie blijvend te publiceren op internet. Hosting van een bijzonder uitgebreid internet-forum of website op een server kost namelijk slechts 150 euro per jaar.

    Ik verzoek de commissie daarom vriendelijk, om de verwijderde bijdragen van deelnemers weer zichtbaar te maken op deze website.

    2. FORUM-SOFTWARE
    Het is jammer, dat er nog geen gewone actuele standaard forum-software wordt gebruikt voor de maatschappelijke discussie over onderwijsvernieuwing in Nederland. Dergelijke forum-software is gratis, en biedt veel mogelijkheden voor overzichtelijke structurering, verdieping en moderatie van discussies. Wikipedia over forum software:
    https://en.wikipedia.org/wiki/Comparison_of_Internet_forum_software

    3. E-LEARNING
    Onderwijs kost de Nederlandse overheid jaarlijks meer dan dertig miljard euro. Daarom is het van het grootste belang, om voortdurend open te staan voor de mogelijkheden van efficiency-vergroting door innovatie.

    Alle bedrijfssectoren hebben ICT al omarmd sinds de jaren negentig. Maar Nederlands onderwijs wordt nog steeds hoofdzakelijk gegeven volgens de inefficiënte traditionele methode: klassikaal onderwijs, de meester vertelt. Het onderwijs dat leerlingen moet voorbereiden op 2032 wordt nog vooral gegeven volgens de methode uit 1982. Die methode stamt uit de Middeleeuwen.

    Onderwijzend personeel en onderwijsbestuurders in Nederland saboteren al honderd jaar het gebruik van multimediaal onderwijs, uit angst voor banenverlies.

    Aanvullend multimediaal onderwijs had al in 1920 ingevoerd kunnen worden via radio-uitzendingen, en later ook via tv, geluidscassettes, DVD, enz. Ook nu maakt het onderwijs in Nederland veel te weinig gebruik van e-learning, “blended learning” en “flipped classroom”.

    Blended learning: https://en.wikipedia.org/wiki/Blended_learning

    Flipped classroom: https://en.wikipedia.org/wiki/Flipped_classroom

    En dat terwijl inmiddels wereldwijd zeer veel onderzoeksrapporten aantonen, dat digitale onderwijsmethoden effectief en kostenbesparend zijn, als ze deskundig worden toegepast. Ze kunnen bijvoorbeeld de vorm hebben van motiverende internet-video’s met artiesten, educatieve internetfora, mobile apps, en aantrekkelijke digitale simulatie-games.

    Ook het advies van de commissie Ons Onderwijs 2032 gaat veel te weinig in op het grote belang van e-learning. Daarentegen worden in dit advies wel ICT-aspecten voorgesteld, die veel minder belangrijk zijn voor het onderwijs dan e-learning, namelijk onderwijs over robotisering, 3d-printers en programmeren.

    Het advies van de commissie Ons Onderwijs 2032 lijkt daardoor meer een weergave van de wensen van leraren, dan dat het tegemoet komt aan de werkelijke belangen van leerlingen en studenten, zoals onderwijs op maat, aangepast aan de individuele capaciteiten, en aan de lichamelijke en geestelijke beperkingen van leerlingen en studenten.

    Universitair onderwijs zou bijvoorbeeld voor een heel laag collegegeld kunnen worden aangeboden via vooral digitaal afstandsonderwijs, zodat studenten geen kamer hoeven huren en geen baan naast hun studie hoeven te hebben.

    Ook vind ik, dat er veel te weinig e-learning experts betrokken zijn bij deze discussie over onderwijsvernieuwing, zoals bijvoorbeeld Maurice de Hond van O4NT, of medewerkers van Kennisnet.
    https://www.kennisnet.nl/
    http://o4nt.nl/

  • Milla

    Basisschool moet ook een opvoedende functie invullen. Ouders werken te veel en school draait alleen om presteren. Als je 1 ding mist is er geen tijd meer om het in te halen waardoor het met sommige vakken niet meer te begrijpen is. Maar wie leert nog echt schoonmaken. En de zorg voor je lichaam, voeding en zorgen voor je geest en bijtijds rust nemen en hulp vragen. Als de ouders 1 van die dingen niet kan leer je het nergens tot iemand zo dichtbij je staat dattie kritiek heeft. Niet dat er veel tijd aan besteed hoeft te worden. Met die onderwerpen 1 uur per week, wisselend aan bod laten komen. En het fiets regeltjes of andere onderwerpen kan je ook in dat uurtje doen.

    • Milla

      Dan leer je iedereen ook beter kennen zodat een toekomst beter in te schatten is. En dan pas toekomst gericht werken.

  • Angelique Schipper

    Mooi en inspirerend dat zoveel mensen aan het meedenken zijn over toekomstgericht onderwijs. Daar wil ik graag aan bijdragen.

    Ons basisonderwijs bestaat vanaf 1900 en is gebaseerd op werknemers af te leveren voor de industrie. Het maakte toen niet uit dat kinderen van verschillende niveaus met verschillende talenten bij elkaar zaten: met twaalf jaar was je in principe klaar om te gaan werken. Van de ca. 6700 basisscholen in ons land is het overgrote deel hier nog steeds op gebaseerd, 30 kinderen of meer in een klas is geen uitzondering. De dagelijkse bezigheden zijn taal en rekenen, de andere zaakvakken zijn één uur per week. Iedere dag zoveel verschillende leerlingen betrokken te houden bij de basisvaardigheden is een topprestatie van docenten.
    Om het onderwijs aan te laten sluiten op de noodzakelijke vernieuwing in de toekomst is naast aanpassing van het curriculum naar mijn mening een andere inrichting van het basisonderwijs nodig. Hiervoor zie ik uitbreiding van onderwijstijd en digitalisering van taal- en rekenonderwijs als twee belangrijke pijlers. Er ontstaat zo ruimte voor de andere vakgebieden, waarbij kleinere groepen kunnen worden samengesteld. Kinderen kunnen m.b.v. digitaal taal- en rekenonderwijs zich op hun eigen niveau ontwikkelen. Er kan zo ook rekening gehouden worden met beelddenkers en kinderen met dyslectie (andere leerstrategieën). Docenten zie ik in de toekomst vooral samenwerken met vakdocenten, een eigen vakgebied doceren en de groep aansturen en begeleiden.
    Ik hoop dat het talent van het kind hierbij het uitgangspunt wordt, want dan heb je ook zijn/haar interesse in het (levenslang) leren te pakken.

    Creativiteit is de basis van vernieuwing.
    Wanneer je Creativiteit (onderzoeken, analyseren, ontwerpen en presenteren) onderdeel laat zijn van ALLE vakken stimuleer je de basisvaardigheden van kinderen om te kunnen vernieuwen. Het zou mooi zijn als de basisschool een kweekvijver wordt voor de universiteiten, zoals de topvoetbalteams kunnen putten uit een enorme kweekvijver van jong voetbaltalent, omdat zoveel jongetjes willen voetballen (en steeds meer meisjes).

    Ik hoop voor onze kinderen dat zij hiermee ons uitputtende economisch systeem weten te vernieuwen tot een harmonisch cyclisch systeem dat de basis vormt voor een duurzame wereld, waarbij ik zeker geloof dat techniek daarin een schitterende rol kan vervullen.
    Ik hoop ook op iets eenvoudigs: dat onze kinderen zullen begrijpen dat onze gezondheid vooral gebaseerd is op wat wij eten, drinken en inademen.

    Als oprichtster van Stichting Talentenloods (ik heb op mijn 45e het roer omgegooid en hoop dat kinderen eerder hun talenten ontwikkelen), free-lance docente voor de SKVR en zelfstandig theatermaakster, waardoor ik op zeer veel basisscholen kom, heb ik mijn onderwijsvisie verpakt in een kinderboek Juffrouw HEndriKS, de beuk erin!, omdat in een boek alles mogelijk is. Ik wil graag mijn onderwijsvisie delen, waardoor iedereen het boek gratis mag downloaden, zie http://www.juffrouwhendriks.nl.

  • Martin Bakker

    Als je huidige en toekomstige vraagstukken in het onderwijs centraal stelt, dan komen verstandige mensen vanzelf (eerst) op de basiskennis van de schoolvakken uit. Hoe kan je internationaal opereren als je geen belangrijke vreemde talen spreekt? Hoe kan je over de toekomst van de aarde praten als je niks weet van fysische geografie. Hoe kan je fysische verschijnselen begrijpen en het belang inschatten als je niks van natuurkunde weet? Hoe kan je logisch leren denken en ordenen zonder wiskunde? Zo kan ik wel even doorgaan en dan kom je moeiteloos bij de huidige schoolvakken uit, geen enkel vak uitgezonderd. Gelukkig maar, want waarom zouden we deze geweldige hoeveelheid kennis en ervaring bij de docenten niet gebruiken? Het kan wel zijn de toekomstgerichtheid invloed heeft op het curriculum van de schoolvakken en het aantal uren dat je hier aan besteed. Is dat een slechte zaak? Ik denk van niet, het onderwijs komt dan voor het eerst sinds jaren in een actuele context te staan, wat de zingeving en motivatie ten goede zal komen. .

  • Taalmij ontwikkelt plannen voor PO en Pabo t.b.v. integratie van taal, cultuur, film en digitale geletterdheid in het onderwijs, met tools voor leerlingen en leerkrachten, en is graag betrokken bij verdere uitwerking van het kennisdomein taal en cultuur.

  • Smw-Marleen Van de Camp

    Vernieuwen is prima en goed eens in de zoveel jaar, met name als het vernieuwen gericht is op het behouden van wat werkt en het verbeteren van wat nog beter kan. In de transitie jeugdzorg is ook enorm vernieuwd en in een rap tempo. Dit zorgt niet persé voor verbetering van de zorg, op sommige punten wel degelijk maar op een hoop andere punten helemaal niet. Dat is zonde, door bij vernieuwing al het oude/ huidige te bestempelen als “ouderwets” of “niet goed” ga je voorbij aan een heleboel kwaliteit en goede redenen waarom de dingen zo ontwikkeld zijn. Is dat een reden om het precies zo te laten? Nee, niet altijd, een frisse blik is goed. Hopelijk is dat een kritische.
    Ik lees in het advies een hoop algemene, soms zelfs vage termen en vraag mij af in hoeverre deze inzichten daadwerkelijk vernieuwend zijn danwel concreet gemaakt gaan worden. Ik volg het proces hier graag en ben benieuwd naar wat er gaat komen.

  • EP-Nuffic

    Hoe kan internationalisering het beste een plek krijgen in het nieuwe curriculum?

    EP-Nuffic ziet veel mogelijkheden in het voorstel van Platform Onderwijs2032 voor het nieuwe curriculum. In het kerncurriculum komt internationalisering in verschillende gedaantes aan bod en daarnaast bestaat de ruimte voor scholen om in de specialisatie meer aandacht te geven aan internationalisering en moderne vreemde talen. EP-Nuffic is ervan overtuigd dat internationalisering in de kern van het curriculum thuishoort en helpt scholen al jaren om daar vorm aan te geven. Daarnaast hebben wij veel ervaring met het ondersteunen van scholen die internationalisering als verdieping of als schoolprofiel aanbieden. Het samen met scholen ontwikkelen van het curriculum in ‘leerlabs’ op basis van het uitwisselen van goede voorbeelden en samenbrengen van scholen met experts, is een beproefde en vruchtbare methode om goed onderwijs te ontwikkelen.

    De complete reactie van EP-Nuffic is hier te lezen: https://www.epnuffic.nl/bestanden/documenten/plek-van-internationalisering-in-het-nieuwe-curriculum

  • AnneSchram

    Onderwijs 2032 en de onderwijsinspectie

    Het advies van Platform Onderwijs 2032 sluit grotendeels aan bij de uitgangspunten van het IB-onderwijs, dat al decennialang met succes wordt onderwezen op internationale scholen. Kernwaarden van dat onderwijs zijn de focus op de leerling, het aanhaken bij globale vraagstukken, aandacht voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid van de leerling en vakoverstijgend onderwijs. Ook biedt het IB-onderwijs leerlingen de mogelijkheid om hun opleiding op verschillende niveaus af te ronden. Hoe kan het ministerie scholen zo ver krijgen om een dergelijk model te adopteren? En wat is de rol van de onderwijsinspectie daarin?

    Na de moeizame invoering van Basisvorming (1993) en Tweede Fase (1998) zal het ministerie ervoor terugdeinzen om scholen opnieuw vernieuwingen op te dringen. Helemaal nu schoolleiders hebben aangegeven dat het imago van de Onderwijsinspectie moet veranderen: de inspecteur moet meer de rol aannemen van een ‘kritische vriend’ en een ‘gesprekspartner’ dan van een ‘politieagent’. Bovendien verzetten schoolleiders en docenten zich tegen de extra werkdruk die een bezoek van de Onderwijsinspectie met zich meebrengt, zo blijkt uit een onderzoek van de Algemene Onderwijsbond.

    Toch is het zeer de vraag of scholen uit eigen beweging de vernieuwingen zullen doorvoeren die het platform voor ogen staan. Allereerst omdat het omschakelen naar een nieuwe manier van denken tijd kost – tijd die niemand heeft – maar ook omdat het fijn en veilig is om vast te houden aan bestaande standaarden. De OECD constateert niet voor niets dat ”historische inertie” helaas vaak een bepalende factor is bij curriculumontwerp en dat de meeste vernieuwingen slechts bestaan uit een nieuw laagje verf over een bestaand curriculum.

    Hoe doet het IB het? Hoe krijgt het International Baccalaureate scholen zo ver dat zij zich vrijwillig onderwerpen aan de eisen van het IB? En hoe controleert het IB of scholen daadwerkelijk aan de eisen voldoen? Sterker nog, hoe krijgt het IB het in vredesnaam voor elkaar dat docenten zich elke vijf jaar vrijwillig aanmelden om zich maandenlang in te zetten voor de schoolinspectie?

    Allereerst heeft het International Baccalaureate natuurlijk als voordeel dat scholen er zelf voor kiezen om een IB-school te zijn. Het label ‘IB’ geeft een school status, ongeveer zoals een school in Nederland het label ‘Excellente School’ kan hebben. Scholen zullen er dus alles aan doen om deze kwalificatie waar te maken en te behouden. Maar IB-schoolleiders en -docenten zijn ook intrinsiek gemotiveerd: zij zien inspecties niet als een administratieve last, maar als een mogelijkheid tot reflectie, als een kans om de zwakke punten van de school te identificeren en als een goede gelegenheid om in gesprek te gaan met alle betrokkenen bij de school, van ouders tot oud-leerlingen.

    Ook de manier waarop het IB beoordeelt, draagt vermoedelijk bij aan de motivatie van scholen. In feite vraagt het IB scholen om *zichzelf* te beoordelen, aan de hand van een enorm pak richtlijnen (standards and practices). Elke vijf jaar voert elke IB-school een intensieve zelfstudie uit, waarbij speciaal samengestelde studiegroepen aangeven hoe de school scoort op het gebied van onderwijsfilosofie, organisatie en curriculum. Dit leidt tot omvangrijke documenten, waarin de school ook voorstellen voor verbetering opneemt. Na de zelfstudie volgt de eigenlijke ‘inspectie’ door het IB.

    In feite toetst het IB zijn scholen zoals scholen idealiter hun leerlingen zouden moeten toetsen: niet door van hogerhand af cijfers uit te delen en te dreigen met onvoldoendes en zittenblijven, maar door leerlingen zichzelf te laten beoordelen aan de hand van rubrics. De rubrics geven aan wat de school van de leerlingen verwacht. Op dezelfde manier geven de standards and practices van het IB aan wat het IB verwacht van IB-scholen, met andere woorden wat de streefdoelen zijn.

    Aan welke richtlijnen zouden Nederlandse scholen dan moeten voldoen? Wat moet ons Ministerie van Onderwijs scholen voorschrijven? Wat opvalt aan de standards and practices van het IB is dat ze geen inhoudelijke kerndoelen bevatten. Het zal het IB een zorg zijn of een school aandacht besteedt aan grammatica en literatuur, of dat “de leerling leert dat mensen, dieren en planten in wisselwerking staan met elkaar en hun omgeving (milieu), en dat technologische en natuurwetenschappelijke toepassingen de duurzame kwaliteit daarvan zowel positief als negatief kunnen beïnvloeden” (bron: Besluit kerndoelen onderbouw VO).

    Waar het ze om gaat, is (onder andere) dat scholen hun curriculum doordacht en in gezamenlijk overleg opzetten, dat scholen lesgeven volgens de principes van het constructivisme, dat scholen leerlingen leren om zelf verantwoordelijk zijn voor hun leren en dat diversiteit, taalonderwijs, interdisciplinair leren en persoonlijkheidsontwikkeling een belangrijke rol spelen in het curriculum. Een andere harde eis is dat het curriculum ontworpen moet zijn volgens de voorgeschreven kernconcepten per vakgroep. Daarnaast schrijft het IB voor dat het lesleven en leren plaats dient te vinden in globale context, met andere woorden dat de lesstof altijd in een groter geheel geplaatst moet worden. Niet voor niets heeft het IB als motto Education for a better world.

    Conclusie

    Hoe kan het Ministerie van Onderwijs scholen zo ver krijgen dat zij de aanbevelingen van Onderwijs 2032 implementeren? Eén ding is zeker: niet door leraren en scholen de ruimte te geven om naar eigen inzicht het curriculum in te vullen. Scholen moeten zeer duidelijke richtlijnen krijgen, die niet zozeer te maken hebben met de inhoud, maar met de manier waarop het lesgegeven en leren wordt vormgegeven. In navolging van het IB zouden scholen zichzelf elke vijf jaar moeten beoordelen door middel van zelfstudie, peer review en inspectie, aan de hand van rubrics. De onderwijsinspectie zou scholen moeten beoordelen zoals zij willen dat scholen leerlingen beoordelen.

    (Ik ben oud-bestuurslid van een internationale school, volgde de IB-cursus Language and literature en gaf les op een Nederlandse school in het buitenland.)

  • Take Zwat

    Ik vind dat de interesse van het kind centraal moet staan, hieruit kun je altijd aanknopingspunten vinden om welk vak dan ook te koppelen. Ontdekken en nieuwsgierig zijn, moeten de basis zijn waarvanuit motivatie wordt gehaald. Om een lang verhaal kort te maken kijk goed naar waar Ricardo Semler mee bezig is, hij heeft een zeer interessante visie op school, werk en leven. Ik denk dat de uitvinders van de toekomst floreren bij zijn aanpak.

  • Cor Bijl

    Het is naar mijn idee en ervaring van groot en zelfs van cruciaal belang dat het toekomstig onderwijs inzicht biedt in de inhoud, de ontwikkeling en het belang van het verlicht/volmaakt/echt zijn of kortweg het Zijn, het diepste ideaal van de mens waar hij al vanaf het begin van zijn bestaan tevergeefs naar streeft. Dat is van cruciaal belang, omdat het niet-Zijn, beter bekend als het ego, de staat van gevangenschap van de materie, de dualiteit, en daarmee van onbalans is die zelfdestructief is en nu de climax daarvan wordt bereikt in de vorm van problemen die in ultimo het voortbestaan van de mens bedreigen. De oorzaak van deze mislukking is het feit dat het ego-eigen maakbaarheididee als grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing is aangenomen terwijl die niet geschikt is voor de realisatie van het onmaakbare Zijn. Of sterker nog, dit idee niet alleen ongeschikt is maar ook zelfdestructief is omdat daarmee de intrinsieke onbalans van het dualistische ego in stand wordt gehouden. Bovendien was deze aanname zo sterk dat het Zijn en de ontwikkeling ervan het grootste taboe van de mens is geworden en bijgevolg de ontwikkeling ervan in het verleden vaak met veel geweld is onderdrukt en in het heden als zweverig, onwetenschappelijk (non-evidence-based) en zelfs als duivels wordt weggezet.

    In het onderwijs komt dit taboe tot uitdrukking in het feit dat de inhoud ervan, zoals ook uit het kernadvies van Onsonderwijs 2032 blijkt, uitsluitend gaat over kennis en vaardigheden oftewel over het ego-eigen ‘hebben’ en dus niet over het ‘zijn’. En daar waar het er wel over gaat is het een ‘zijn’ gemaakt door middel van het ‘hebben’ en dus een schijn-Zijn. Zo wordt zelfvertrouwen gemaakt door middel van het hebben van bijvoorbeeld kennis maar schijnzelfvertrouwen is omdat alles van het ‘hebben’ en dus ook kennis vergankelijk is. Verder is de realisatie van het Zijn nu noodzakelijker dan ooit, omdat het maakbaarheididee door de wetenschap is achterhaald en door de samenleving niet langer wordt geaccepteerd inclusief de op dit idee gebaseerde instituties (de institutionele crisis). Dit met als gevolg dat de mens alle houvast verliest oftewel volledig op zichzelf wordt teruggeworpen en daardoor zichzelf moet en wil zijn en op zoek is naar zijn Zijn (wie hij echt is). Een toestand die wordt aangeduid als de identiteitscrisis en tegelijk als de beschavingscrisis. Dit laatste als gevolg van het feit dat het ‘zelf’ het dualistische oftewel het polariserende ego is.

    Gelukkig is de realisatie van het Zijn niet alleen noodzakelijker maar ook gemakkelijker dan ooit. De ontwikkeling van de samenleving kan namelijk worden aangeduid als de evolutionaire kwantumsprong van ego naar Zijn. Een kwantumsprong die helaas niet wordt herkend vanwege voornoemd taboe.

    Vermeldenswaardig omtrent het Zijn is nog dat geloof, moraliteit en sociale vaardigheid daarin overbodig zijn, dat het ego als zijnde de afgescheidenheid van het Zijn de fundamentele oorzaak is van alle kwalen, dat de realisatie van het Zijn oneindig eenvoudig en het moeilijkste is wat er is en dat het Zijn geen vormvaste toestand is, maar het één zijn met het constant veranderende Geheel, het Universum, het leven zelf, God.

    Voor meer informatie, zie http://www.nlbe.nl waarin onder andere de kwantumsprong gevolgd kan worden (zie http://www.nlbe.nl/nieuws/samenleving/de-kwantumsprong of http://kwantumsprong.blogspot.nl/) en het boek ‘Zijn: de ideale wereld’ (http://www.nlbe.nl/producten/publicaties/boek).

    • Michiel van der Blonk

      In principe geef ik je gelijk, er moet meer aandacht komen aan het ‘gelukkig maken’ van de jonge mensen (leerlingen). Echter, we mogen geen keuze maken op het gebied van spiritualiteit, dus hoe daar vorm aan wordt gegeven, en welk ‘geloof’ we aanhangen. Wel kunnen we ons richten op de ‘inwendige mens’. In plaats van steeds naar buiten te kijken (natuur, techniek, taal, cultuur) kunnen we ook aandacht geven aan hoe je je voelt en wat je daar aan kan doen.

    • Cor Bijl

      Ik ben het met je eens dat we geen keuze moeten maken op het gebied van spiritualiteit voor zover het een menings- en/of gedragsbepalende leer is. Dat noem ik eigenlijk religiositeit, de dogmatische op het maakbaarheididee gebaseerde spiritualiteit van het instituut kerk. De ontwikkeling van het Zijn bestaat niet uit een dergelijke leer. Het gaat uitsluitend over wat jij de inwendige mens noemt. Het principe ervan is namelijk zelfacceptatie als zijnde het verantwoordelijkheid nemen voor je gevoelens en het toelaten, doorvoelen, ervan (toelaten bevrijdt). Dat komt overeen met jouw ‘aandacht geven aan hoe je je voelt en wat je eraan kan doen’. Het Zijn is vrij van het dualistische en dus intrinsiek onvervulde c.q. behoeftige ego. En daarmee de staat van vervuldheid en dus van duurzaam volmaakt geluk. Dat houdt onder andere volmaakte vrijheid en verantwoordelijkheid, volmaakt zelfvertrouwen, volmaakte innerlijke rust (geen dilemma’s), enz. in. Wat zou het mooi zijn kinderen op de Weg naar het Zijn te brengen en daarmee een toekomstige harmonieuze samenleving, een ideale wereld, te creëren.

    • Michiel van der Blonk

      Goed hoor, mee eens. Maar laten we ook geen dingen met een hoofdletter schrijven zoals men met God doet, dat geeft toch weer de associatie met geloof. En laten we ook niet woorden als ‘kwantumsprong’ gebruiken, want dat lijkt weer teveel op natuurkunde, waar het niks mee te maken heeft. Het zal vrij moeilijk zijn om een ‘spiritueel’ curriculum op te stellen zonder daarbij stellingname te doen. Helaas is er binnen wetenschap nog weinig bekend over deze zaken, waardoor het vaak zal blijven bij opvattingen en ideeen over wat goed is voor de mens, in plaats van harde bewijzen. Misschien is een meditatie klas op basis van diverse stromingen een mogelijkheid.

    • Cor Bijl

      Het is belangrijk Zijn met een hoofdletter te schrijven omdat het wat anders is dan het ‘normale’ zijn dat het ego-zijn is en omdat het het één zijn met het Al (ook wel God genoemd) is dat ook met een hoofdletter wordt geschreven. Het woord kwantumsprong is belangrijk omdat het hier om een evolutionaire kwantumsprong gaat en dit een goede benaming is voor de huidig ingezette transitie van ego naar Zijn (niet iedere transitie is een kwantumsprong). Bovendien wordt zonder het gebruik van de hoofdletter en het woord kwantumsprong het bijzondere van de ontwikkeling van het Zijn en het Zijn als zodanig teniet gedaan. Er is inderdaad weinig bekend in de wetenschap over dit soort zaken. Dat komt doordat de wetenschap wordt gedomineerd door het maakbaarheididee terwijl dat idee al lang door de wetenschap achterhaald is en het Zijn er niet mee gerealiseerd kan worden. De wetenschap zet het dan ook weg als zweverig en onwetenschappelijk en treedt daarmee in de voetsporen van de religie die het als blasfemisch heeft weg gezet en daardoor vaak met veel geweld heeft onderdrukt en het nog steeds onderdrukt. Is de reden waarom het Zijn nog steeds niet gerealiseerd is terwijl de mens er al naar streeft sinds het begin van zijn bestaan en nu gedwongen wordt het te realiseren omdat het niet-Zijn, het ego, de staat van onbalans en dus zelfdestructief is en nu de climax daarvan wordt bereikt. Vrijwel alle meditaties leiden naar het schijn-Zijn, de dissociatie van de ervaring, en moeten daarvoor blijvend toegepast worden. Meditaties zijn dus niet geschikt voor het realiseren van het Zijn. Daarom lijkt me een meditatieklas niet wenselijk. Voor het onderwijs is het belangrijk inzicht te geven in de inhoud, de ontwikkeling en het belang van het Zijn. De ontwikkeling ervan kan simpelweg beginnen door kinderen te helpen bewust te worden van hun gevoelens en de wil ervan, en bewust te worden wat die wil in een bepaalde situatie met ze heeft gedaan. Dat is een vorm van toelaten van gevoelens dat bevrijdt en zet daarmee de weg van bevrijding in die leidt naar de volmaakte vrijheid (en verantwoordelijkheid) van het Zijn.

  • Yolanda

    American School of The Hague is een goed praktijkvoorbeeld m.i.

  • Bart Pijpers

    Onderwijs op maat, professionalisering, digitalisering en vakoverstijgende vaardigheden. Het zijn allemaal prachtige termen waarmee het advies onsonderwijs2032 volstaat. Geen wonder dat het advies positief wordt ontvangen. Wie zal deze kretelogie niet omarmen? Dat doe ik ook, maar het advies negeert een aantal belangrijke
    ontwikkeling in het onderwijs (vanuit het veld!) en doet daarmee misschien wel een stap terug in plaats van vooruit.

    De kaft van het advies zegt veel. Daar worden de domeinen als gesloten cirkels getekend. Slechts wat vage stippellijntjes verbinden deze domeinen. De raakvlakken tussen deze domeinen zijn in de werkelijke wereld echter vele malen groter dan dit onderwijsadvies suggereert.
    Opvallend genoeg zie je in recente onderwijsontwikkelingen dat die brug tussen deze domeinen wél geslagen wordt. Een al langer bestaand ‘vak’ als NLT en de nieuwe onderwijsstroom de Geo Future School zijn daar voorbeelden van. Waarom wordt dit door de commissie niet gezien?

    De belangrijkste nationale, Europese en mondiale thema’s zijn stuk voor stuk domeinoverstijgend: het klimaatvraagstuk, het wereldvoedselvraagstuk, migratie, (duurzame) energie en waterproblematiek. Het zijn onderwerpen die niet vanuit één domein te benaderen zijn. Globalisering wordt door leerlingen nota bene genoemd als één van de belangrijkste onderwerpen. Zo’n thema kan toch niet vanuit één domein benaderd worden? Juist de brug tussen de domeinen natuur & technologie en mens & maatschappij zijn de komende decennia ongelooflijk belangrijk.

    Op pagina 29 van het advies staat het volgende: ‘Leerlingen hebben kennis van de wereld nodig om die wereld te kunnen begrijpen en eraan bij te dragen. Het gaat om kennis van maatschappij, natuur en cultuur en om vaardigheden die hen in staat stellen en die kennis toe te passen. Dit is exact wat het vak aardrijkskunde al jaren doet. Het is een letterlijke beschrijving van het eindexamen van dit vak. Waarom wordt dit door de commissie niet gezien?

    Ook houdt het advies vast aan het inmiddels achterhaalde idee dat ‘rekenen’ en ‘taal’ kernvakken zijn. Rekenen en taal zijn hulpvakken. Het zijn (belangrijke!) hulpmiddelen om mee te communiceren en zaken te duiden, maar het is toch niet dé kern waar het om draait in het onderwijs?

    Daarnaast is de keuze voor het afzonderlijke domein ‘digitale geletterdheid’ vreemd. Krijgen we straks een eindexamen ‘computerkunde’? Ook hier geldt dat digitale vaardigheid een hulpmiddel is en geen kernvak. Digitale vaardigheid staat niet op zichzelf. Het moet ondergebracht worden bij andere vakken / domeinen.

    Tot slot. De individuele kwaliteiten van de auteurs staan niet ter discussie. Het zijn allen personen met een goede staan van dienst, de meesten in het onderwijs. De samenstelling van de commissie wil ik wél ter discussie stellen. In de commissie zitten een socioloog, een filosoof, een politicoloog, twee historici, een maatschappijleerdocent en een econoom. Deze personen hebben dus allemaal een achtergrond in het mens en maatschappij domein. Is dat de reden dat
    burgerschap zo’n prominente rol inneemt in het advies? Ik neem trouwens aan dat de adviescommissie met het begrip burgerschap wereldburgerschap bedoelt. Het advies staat immers vol met begrippen als globalisering, wereldwijd, over de grenzen heen, en global.

    • Martin Bakker

      Beste Rob, volledig mee eens.

  • Henk

    Ik vind het al met al toch een behoorlijke lijst, en sommigen hier vinden het nog niet genoeg, met allemaal eisen wat kinderen allemaal _moeten_ kunnen. Het woord “spartaans” komt in me op. Een onderwijsfabriek die mensen moet voortbrengen om ons land welvaart en voorspoed te brengen. Het kan allemaal wat eenvoudiger denk ik, en laten we wat meer vertrouwen hebben in het kind zelf, dat hij haar/zijn “verborgen programma” (Cornelis) mag ontwikkelen, daar moet het onderwijs op gefocust zijn. Lijsten met vaardigheden en die vaardigheden erin peperen met allemaal lesmateriaal, ik denk dat het zo niet gaat werken. Communicatie is belangrijk, tweerichtingsverkeer dus en op het kind toegesneden. Ik poste hieronder al mijn artikel over het onderwijsdenken van Arnold Cornelis.

  • Henk

    Hierbij mijn bijdrage, een weergave van de kennistheorie van Arnold Cornelis toegespitst op het onderwijs: http://hetkind.org/2013/08/22/cultuurfilosoof-cornelis-liefde-is-zorg-voor-het-verborgen-programma-van-een-kind-en-de-logica-achter-alle-onderwijs/

  • ano

    Mijn idee is een extra uur les waarin allerlei onderwerpen aan bod komen. Zo kan er in dat extra lesuur een EHBO cursus worden gegeven, een cursus programmeren of bijvoorbeeld de verkeersregels nog een keer herhalen. En scholen kunnen in dat uur misschien ook hoogleraren uitnodigen voor bepaalde proeflessen.

  • Tim Ruijters

    Geinspireerd door het CS First programma van Google ben ik op Part-up gestart met een initiatief om een programma te ontwikkelen voor kinderen om digitale skills aan te leren. Zie https://part-up.com/partups/digitale-geletterdheid-At73KWmDXQX2YF95v voor meer info.

  • kaaljkmn

    Onderwijs 2032 is oude wijn in nieuwe zakken en maakt van het onderwijs een permanente kleuterbouw. De werkelijk nodige hervormingen komen er niet in voor: een aanvaardbare werkdruk voor alle onderwijswerkers inclusief de leerlingen, een verwetenschappelijking van het onderwijs (waarbij notoir onwetenschappelijke vakken dienen te verdwijnen), een volledige secularisatie in de besturen en in het curriculum en in de subsidiestromen, het wegnemen van perverse prikkels (graaicultuur, management, vastgoedmachinaties, externen) en het opruimen van drempels die leerlingen ondervinden bij het ontplooien van hun talent (vroege selectie, nauwelijks doorstroming van het ene naar het andere niveau). Als deze punten worden aangepakt dan gaat het er in 2032 nog heel zonnig uitzien. Mijn vraag is: waarom gebeurt dat niet? Waarom is er zo weinig zelfreflectie bij de bestuurders en ambtenaren? S.v.p. ontschotten en oogkleppen af!

  • Toekomstgericht onderwijs beter vorm geven is een goede zaak. Meer aandacht voor onderzoekend en vakoverstijgend leren zoals het Platform voorstaat eveneens. Toch enkele kanttekeningen. Toekomstgericht onderwijs kan niet zonder de betekenisvolle kennis die de schoolvakken aanbieden. De door het platform voorgestane vakkenintegratie in domeinen lijkt mooi, maar wat valt er te integreren als een kennisbasis in de afzonderlijke vakken bij leerlingen ontbreekt? Begin dus niet te vroeg met vakkenintegratie. En gebruik de betekenisvolle kennis in de huidige schoolvakken goed. Sommige vakken bieden al zoveel. Denk aan een vak als aardrijkskunde, dat gaat over kernvragen als hoe het zit met water, voedsel, energie, werk, wonen, duurzaamheid en leefbaarheid, zowel dichtbij huis als ver weg. Leerlingen leren bij aardrijkskunde stap voor stap dat het antwoord op die vraag sterk afhangt van hoe gebieden verschillen in ligging, fysische kenmerken en in cultureel, economisch en politiek opzicht. Via verhalen, beelden en kaarten krijgen leerlingen zicht op processen, systemen en veranderingen. Mens en natuur komen daarbij in aardrijkskunde samen. Onmisbare kennis voor de wereldburgers van nu en morgen. Wat willen we nog meer?

    • Henk

      Ik ben het hier mee eens, niet gelijk de vakkenstructuur afschaffen. Het gaat inderdaad eerst om basiskennis. En in de communicatie met de docent kan het kind leren spreken aan de hand van die kennis en zo die kennis meer eigen maken en een zelf- en wereldbeeld opbouwen.

    • Yolanda

      Vakkennis is de basis volledig mee eens, maar zorg wel dat het geen eenrichtingsverkeer is (leraar vertelt, leerling luistert), maar laat leerlingen de kennis zelf toepassen via projecten – laat ze ook zelf op onderzoek gaan naar die kennis. Je zou bijv. de klimaatverandering als ‘overkoepelend’ thema kunnen gebruiken om de vakkennis over te brengen. Leerlingen die elk een nieuwsitem over ‘natuurrampen’ meenemen: die je dan in de klas uitdiept ahv de basiskennis die je wilt dat de leerlingen onder de knie krijgen. Er is zoveel online-materiaal die de leerervaringen kunnen verbeteren!

    • Vincent Kraaijeveld

      Vakkennis is nodig om vervolgens op hoger niveau te kunnen denken. Zodoende stem ik in met de uitspraak van Mnr. van der Schee, eerst kennis in vakken aanreiken en daarbij/daarna nadenken over vakintegratie in domeinen. Hiermee wordt de betekenisvolle kennis die vakken bieden gerespecteerd en blijft vakinhoud gewaarborgd. Daarnaast denk ik dat het belangrijk is dat we onszelf als curriculumakers en docenten realiseren dat al het onderwijs wat we geven voor de toekomst is. Geef het toekomstdenken dus een plaats in het curriculum en bied leerlingen zo handvatten om na te kunnen denken over de toekomst met de kennis die vandaag de dag op school aan wordt geboden.

  • Saskia Cortever

    Hoogleraar Jan Rotmans zegt: ‘We zitten niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk’. Ook het onderwijs moet daarin mee. Wij van het Lux (Utrecht), een humanistische school in oprichting, vinden de Onderwijsvisie 2032 een duidelijke en hoopgevende koerswisseling die aansluit bij ons denken over onderwijs: (kern)vakken in samenhang aanbieden en aandacht geven aan vakoverstijgende vaardigheden en talenten, in nauwe samenwerking met bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

  • Tibau Beirnaert

    Minder huiswerk waardoor we meer kansen krijgen om buiten school onze andere talenten te uiten.

    • Lies Decock

      Als leerkracht kan ik hier alleen maar mee akkoord gaan. We moeten het huiswerk zo minimaal mogelijk houden (een boek lezen kan je natuurlijk wel maar moeilijk binnen de schooluren, dat moeten we dan wel begrijpen). Ik geef als leerkracht nooit huiswerk, omdat ik vind dat lln al genoeg moeten werken binnen de schooluren, omdat ik vind dat lln ook andere talenten moeten kunnen ontwikkelen, omdat ik vind dat vrije tijd van groot belang is, én omdat ik vind dat ik als leerkracht moet in staat zijn om de leerstof binnen de schooluren aan te leren. Leerlingen moeten zelf kunnen beslissen of en hoeveel ze thuis werken voor school.

  • Het gaat om een concreet ontwerp….. voor een curriculum. Leraren en scholen aan de slag in leerlabs, met uitgeverijen, lerarenopleidingen en maatschappelijke organisaties. Als dat maar goed gaat ?? Zo lijkt het mooie advies te verworden tot een verpolderd en wellicht een sterk verwaterd geheel. Dat zou jammer zijn en dan moet de slag richting curriculum nog beginnen., Advies : laat het ontwerptraject niet te veel tijd vergen en regel checks & balances om te bewaken dat we niet het oude onderwijs in een nieuw ontwerp stoppen. Ook leuk, maar niet meer nodig.

  • Rob Adriaens

    De keuze voor de domeinen in het advies vind ik ouderwets. Voor de toekomst lijkt mij juist het verbinden van bèta en gamma van belang. De meeste grote vraagstukken spelen zich af op het raakvlak van deze twee. Ik stel dus een domein Mens en Natuur voor met aandacht voor zaken als energie, water, klimaatverandering, ruimtelijke inrichting. Vakken als aardrijkskunde en natuurkunde die toch al veel raakvlakken hebben kunnen hierin prima samenwerken. Daarnaast kan er een techniek-domein komen en een cultuur en maatschappij-domein.
    De uitwerking van burgerschap verdient nog veel aandacht. Nu is dat vrijwel uitsluitend gericht op Nederland. Ik lees hier te weinig over Europees- en wereldburgerschap. Het begrip dat jongeren niet meer alleen deel uitmaken van een nationale samenleving, maar ook van een Europese en een mondiale samenleving verdient hier echt een belangrijke plek. Bij burgerschap kan wat mij betreft veel meer aandacht komen voor begrip van andere samenlevingen. Aandacht dus voor de achtergronden van de Amerikaanse, de Chinese, de Arabische, de Indiase, de Afrikaanse en de Russische samenleving. Dat zal essentieel zijn om internationaal goed te kunnen samenwerken én om de – soms zeer verkeerde beeldvorming van landen als Iran en Rusland bij te stellen. Ik mis hier ook heel erg de term Geopolitiek.. Kortom: burgerschap zou in mijn ogen een veel meer geografische invalshoek moeten krijgen.

  • Vanuitautismebekeken

    Wij pleiten ervoor dat bij de uitwerking de knelpunten en uitdagingen van passend onderwijs worden betrokken. Dit om te verzekeren dat binnen het onderwijs van de toekomst ook voldoende aandacht blijft voor leerlingen met een kwetsbaarheid, zoals autisme. We moedigen het ontwerpteam aan om niet alleen professionals binnen het onderwijs te betrekken bij de uitwerking, maar ook te rade te gaan bij professionals uit de (jeugd)zorg en van de gemeenten betrokken bij het passend onderwijs. En bij de ouders en leerlingen, diegenen die voor een extra uitdaging staan als het gaat over optimale ontwikkeling op passende leerplek. Vanuit autisme bekeken draagt hieraan graag bij samen met haar partners uit het passend onderwijs een steentje bij. Een uitgebreide reactie op Onderwijs 2032 is hier te vinden:

    Link: http://www.vanuitautismebekeken.nl/nieuws/onderwijs2032-uitdagingen-passend-onderwijs-meenemen-de-uitwerking

  • Ruben Paijens

    Complimenten voor deze actie vanuit het ministerie. Grappig om te zien dat de ‘onderwijsexperts’ niet staan achter dit platform. Volgens hun moeten wij ons vertrouwen neerleggen bij deze zogenoemde ‘experts’? Volgens mij hebben wij juist input nodig vanuit de arbeidsmarkt? Daarvoor worden wij uiteindelijk opgeleid? De opleidingen sluiten al jaren niet goed aan op de gevraagd competenties vanuit het bedrijfsleven, er wordt amper tot geen praktijk ingezet. Bedrijven staan er voor open om casussen neer te leggen binnen het onderwijs, maar wij krijgen nog steeds fictieve casussen voor 90%? Zo kan ik eigenlijk nog wel even doorgaan. Wij denken daarom graag een keer met jullie mee. Wij bestaan uit een paar studenten en denken veel na over een betere koppeling tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. – Ruben@Bibbr.nl

  • Saskia Boerkamp

    Ten eerste mijn complimenten voor het rapport. Het is een strategisch kader in een duidelijk domeinen perspectief en doorbreekt het bestaande vakkenstructuur. Ik hoop dat dit de aanzet gaat geven om sneller naar een digitale en virtuele leeromgeving te komen. De leerkracht in zijn kracht wordt gezet als coach en stimulator om de verbanden binnen en tussen domeinen te laten ontdekken. De wereld buiten de scholen naar binnen komt. De leerling zijn eigenaarschap, leerstijl en talentontwikkeling echt gaat voelen binnen een wereld van verwondering en mogelijkheden.

  • Henk Biemans

    Een verademing om het advies te lezen. Het is tijd dat de dynamiek van de maatschappelijke en economische context waarin jongeren buiten de school verkeren een plek krijgt in het dagelijks onderwijs. Verbindingen met de buitenwereld zijn u eenmaal noodzakelijk om de jongeren voor te bereiden op het maatschappelijk functioneren in een samenleving waarin netwerken en ketenverbanden een dominante positie hebben. Inhoudelijk vind ik het advies baanbrekend. Ten eerste omdat eindelijk de vakkenstructuur eens ter discussie gesteld (stamt uit de jaren zestig, de periode waarin de zwart-wit t.v. nog nauwelijks verbreid was).Ten tweede omdat door een brede band van keuze-aanbod aangesloten kan worden worden op de affiniteit en capaciteit van jongeren. Met het huidige generieke aanbod en de daaraan verbonden generieke beoordeling van jongeren belemmeren we veel talentontwikkeling. De vertaling van het advies naar dynamische programma’s zal nog een hele exercitie worden maar het is alleszins de moeite waard. Kortom: complimenten aan de commissie die een mooie uitdaging heeft geformuleerd. De berichten hieronder geven aan dat die uitdaging maar al te graag wordt opgepakt.

  • Ckock

    De Bèta Challenge partners willen graag meedenken en –doen! 22 Bèta Challenge scholen werken al 5 jaar samen met partners uit keten van onderwijs en bedrijfsleven aan
    toekomstgericht onderwijs. VO, MBO en bedrijven komen via intensieve samenwerking tot de kern. Zo groeit vanuit het veld een samenhangend aanbod van onderwijs en leerervaringen. Gericht op duurzame ontwikkeling van kennis, inzicht en vaardigheden. Samen bewijzen we dat het kan; de leerling ontwikkelt zich tot een nieuwsgierig en kritisch individu, krijgt vrijheid, neemt verantwoordelijkheid en creëert kansen. De leerling vormt zich persoonlijk en krijgt betekenisvol onderwijs op maat! Meer weten over wat wij doen? http://www.bètachallenge.nl , wij gaan graag ingesprek!

  • 10 innovatieve docenten werken sinds september aan het realiseren van een nieuw onderwijsconcept en gaan dat per 1 augustus a.s. in praktijk brengen met een nieuwe school, waarin veel ideeën van het Platform meteen worden toegepast. Kijk maar op http://nieuwethermen.nl Het kan dus wel: gewoon doen!

  • Allereerst vind ik het interessant om te zien dat het eindadvies van het platform een waardevolle kern beschrijft van ons onderwijs van alle tijden (waaronder dus ook 2032). Tip die ik het Ontwerpteam2032 mee zou willen geven. Het gebruik van heldere en gemeenschappelijke taal over samenleven die bruikbaar is binnen de contexten van gezin, school en samenleving… Centrale vraag daarbij is: hoe kunnen wij mensen betekenisvol zijn voor onszelf, een ander en onze omgeving? Mocht er interesse zijn dan zou ik het Ontwerpteam2032 graag kennis laten maken met een veelbelovend experiment wat een antwoord biedt op deze vraag… Iets meer info: http://kennisnetjeugd.nl/blog/13-1-gezin-1-plan-1-taal Hoop van jullie te horen… #alleensamen

  • Ineke Verkuijl

    De suggestie die ik het ontwerpteam2032 wil meegeven, is die van zen! Wanneer kinderen, jonge mensen en hun leraren leren denken wat ze willen denken, zodat ze kunnen doen wat ze willen doen, gaan ze voelen wat ze willen voelen. Dit is geen ego gerichte manier van denken, doen en voelen, maar een die gericht is op geluk voor álle levende wezens. Mijn stelling is dat door het beoefenen van zen (en dit beoefenen te integreren in het dagelijkse schoolleven) het onderwijs op de verschillende aandachtsgebieden zich aanzienlijk zal verdiepen. Zen is geen doel op zich, maar een oefening, die grootse gevolgen heeft voor het leven van alledag (voor de mensen) in het onderwijs. Is ons onderwijs daaraan toe?

  • Bert Boshoven

    Wij hebben recent een Onderwijsmodel ICT Integratie ontwikkeld als antwoord op dit rapport waarbij we de 21 eeuwse vaardigheden hebben vertaald naar de onderwijspraktijk waarbij het gaat om zaken als formatief toetsen, het geven van feedback, presenteren, oefenen en automatiseren, flipping the classroom, coderen etc.

  • Anja Hendriks

    En als we dan in de organisatie consensus hebben bereikt over wat onze leerlingen gaan leren en hoe ze dat gaan doen, moeten we ook nadenken over de manier waarop we dat willen volgen, beoordelen, analyseren, bijsturen of begeleiden. Gaan we nog toetsen? En wat toetsen we dan? Wat meetbaar is, zoals we tot nu toe deden? Wat merkbaar is? Of beide? En hoe dan? Een toetsscore of een diploma is niet langer meer het doel, maar wordt gelukkig een middel waar het gaat om de kennisbasis. Hoe breng je (21ste eeuwse) vaardigheden in beeld? Een gepersonaliseerd assessment lijkt voor de hand te liggen. Wij werken op onze basisschool al met leerling geleide oudergesprekken en zullen deze verder uitbouwen naar portfolio assessments.

    In reactie op de opmerking, dat aan ‘houding’ enigszins voorbijgegaan wordt, ben ik van mening dat dit aspect valt onder ‘Burgerschap’, waarin waarden, normen en sociale vaardigheden ook opgenomen zullen zijn.

  • Sebastien Daniels

    ‘Less is more’ zou ik zeggen na lezing van het rapport.

    Wij – http://www.safistic.com – doen graag mee met ‘disruptieve-innovatieve-polder-millimetertjes’ (90x letter woordwaarde), Er is werk aan de winkel, 21st.skills onderwis moet aan in NL en we hebben ALLE kansen ! On y va !

  • Marcel Janse

    Het ontwikkelen van vaardigheden op basis van dat wat de leerlingen kunnen is voor het eigenaarschap van het leren essentieel.
    Dit komt terug in het stuk. Dat vind ik positief. Helder stuk waar we mee kunnen inzetten op innovatie in het onderwijs.
    De leerlingen hebben een scala aan vaardigheden die we kunnen benutten, maar waar vaak geen appel op wordt gedaan. Gewoonweg omdat het niet past in het program. Als opleiding moet je die ‘stip aan de horizon’ vasthouden om de leerlingen te blijven motiveren en stimuleren, voor dat wat zij kunnen leren. Leer-vaardig worden binnen de mogelijkheden welke een jongere heeft. Dat is van belang.

  • Marieke Burghoorn

    Ten eerste wil ik zeggen dat ik ontzettend blij ben met het eindadvies van het team Onderwijs2032! Vooral de elementen Burgerschap en Persoonsvorming zijn een enorme aanwinst! Applaus 🙂
    Ik wil graag mijn analytisch denkvermogen en motivatie en enthousiasme als student aanbieden aan het team. Het lijkt met geweldig om mee te denken en te werken aan een dergelijk project. Ik als Liberal Arts and Sciences èn Honours studente aan de Tilburg Universiteit worden wij breed opgeleid met een focus op de maatschappij. Ook als oud-middelbare scholier weet ik wat belangrijk is voor de huidige scholieren, ook met het oog op overgang naar de hogeschool of universiteit. Dit jaar loop ik tevens een bestuursjaar bij een stichting voor onderwijs; Keygro. Ook hier hoop ik mijn ideeën en passie voor het toekomstige onderwijs te kunnen uitten! Ik hoop dat onder andere deze redenen een overtuigend beeld geven van mijn capaciteit en mogelijke bijdrage in het team! Ik zou graag iets horen en alvast bedankt voor de overweging 🙂

    • Redactie

      Hallo Marieke, bedankt voor je reactie! Je kunt een mail sturen met je gegevens en motivatie (zoals hierboven) naar secretariaat@onderwijs2032.nl. Dan word je op de lijst gezet en nemen we zo snel mogelijk contact met je op!

  • peter te riele

    Er is door het platform best aardig gegeven hoe het curriculum eruit zou kunnen zien. Veel nadruk op kennis en vaardigheden. Jammer dat de attitude (houding) weinig is meegenomen. Dat gaat niet vanzelf. Creativiteit, zelfvertrouwen, intrinsieke motivatie, kritisch vermogen, plezier, gedrevenheid, humor, ondernemingsvaardigheden kunnen begeleid en ontwikkeld worden. En dan mag je hopen dat het niet afgebroken is (‘Do schools kill creativity?’) Het ontwerp-team zou zich niet alleen bezig moeten houden met het curriculum, maar ook moeten nadenken over de didactiek. Zolang leerlingen worden opgeleid naar eigen idee om een papiertje te halen en dat een 6- goed genoeg is, wordt het moeilijk om de gewenste attitude te ontwikkelen.