Eindadvies Platform Onderwijs2032

Kinderen leggen op de basisschool en middelbare school de basis voor hun toekomst.  Welke kennis en vaardigheden hebben leerlingen die nu voor het eerst naar school gaan nodig om in 2032 goed aan hun volwassen en werkende leven te beginnen? Als antwoord op die vraag heeft het Platform Onderwijs2032 een visie geformuleerd op toekomstgericht onderwijs. Dat moet, in de ogen van het Platform, aan de volgende vijf kenmerken voldoen:

  • Leerlingen doen kennis en vaardigheden op door creatief en nieuwsgierig te zijn.
  • Leerlingen vormen hun persoonlijkheid.
  • Leerlingen leren om te gaan met vrijheid en verantwoordelijkheid. Ook leren ze over grenzen heen te kijken.
  • Leerlingen leren de kansen van de digitale wereld te benutten.
  • Leerlingen krijgen betekenisvol onderwijs op maat.

Deze kenmerken vragen om een nieuwe koers in het onderwijs. Het is belangrijk dat leerlingen een vaste basis van kennis en vaardigheden opdoen. Die kunnen ze verdiepen en verbreden op basis van hun eigen mogelijkheden en interesses. Toekomstgericht onderwijs gaat niet alleen om vakinhoudelijke onderwerpen: het stelt ook actuele maatschappelijke vraagstukken en vragen van leerlingen centraal.  Het is belangrijk dat leerlingen leren om te denken en te werken over de grenzen van vakken heen. Ze ervaren meer samenhang tussen verschillende vakken.  Ook werken ze op school aan hun persoonlijke ontwikkeling. 

In de huidige informatiesamenleving groeien leerlingen op met (digitale) media. Maar dat betekent niet dat het duiden, verzamelen en zelf creëren van digitale informatie vanzelf gaat. Daarom wil het Platform Onderwijs2032 hier in de kern van het onderwijs aandacht aan besteden. Het gaat om werken en leren in de digitale wereld en leren omgaan met nieuwe technologieën. Deze ‘digitale geletterdheid’ bestaat uit vier onderdelen, die hieronder worden beschreven.

Basiskennis van ICT
Het is belangrijk dat leerlingen de laatste digitale mogelijkheden kennen en ermee kunnen omgaan. Daarvoor hebben ze basiskennis nodig van ICT. Ook leren leerlingen hoe het zit met online beveiliging en privacy. Op die manier kunnen ze zelf eenvoudige beheertaken uitvoeren en vragen stellen over het gebruik van nieuwe technologie.

Informatievaardigheden
Doordat iedereen op internet snel informatie kan publiceren, groeit de hoeveelheid beschikbare informatie snel. Leerlingen leren op school hoe ze kunnen beoordelen of informatie betrouwbaar is. Dat is nodig, want digitale informatie kan snel gekopieerd, gemanipuleerd en verspreid worden. Ook is het van belang dat leerlingen weten hoe ze uit de enorme berg aan (digitale) informatie de juiste onderdelen kunnen selecteren en gebruiken.

Mediawijsheid
Een leerling is mediawijs als hij kritisch kan kijken naar zijn eigen gedrag op (sociale) media en dat van anderen. In een maatschappij waarin media een steeds grotere rol spelen, wordt die eigenschap steeds belangrijker. Op school leren leerlingen wat de normen en waarden zijn op het gebied van (online) privacy, veiligheid en omgangsvormen. Ook ontdekken ze dat media hun gedrag kunnen beïnvloeden en op welke manier dat gebeurt. Tot slot is het belangrijk dat leerlingen zich bewust worden van hun online identiteit.

Computational thinking
Het Platform vindt het belangrijk dat leerlingen leren begrijpen hoe een computer werkt. Als ze weten welke technologie daarachter zit, kunnen ze computers inzetten om een probleem op te lossen: computational thinking. Hoe bepaalt een zoekmachine bijvoorbeeld de volgorde waarop alle zoekresultaten worden geordend? En waardoor doet een robot wat hij doet? Computational thinking draait om vaardigheden die nodig zijn om complexe problemen op te lossen, zoals logisch redeneren, het herkennen van patronen en systematisch denken. Leerlingen kunnen dat leren door zelf technologie te gebruiken, zoals door kennis te maken met programmeren en door te experimenteren met 3D-printers.